De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 9 januari 2025 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige te verlengen tot 11 juli 2025. De minderjarige verblijft in een gezinsgericht gezinshuis waar hij een positieve ontwikkeling doormaakt en baat heeft bij het professionele opvoedingsklimaat.
De gecertificeerde instelling verzocht de verlenging omdat er nog onvoldoende zicht is op de opvoedcapaciteiten van de ouders. De moeder werkt niet mee aan de beoordelingsboog, terwijl de vader wel instemt en het contact met de minderjarige stapsgewijs wordt uitgebreid. De moeder is het eens met de verlenging, maar vertrouwt de vader niet vanwege een verleden van mishandeling.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging wordt voor zes maanden verlengd, waarbij de ouders worden aangespoord mee te werken aan de beoordeling van hun opvoedcapaciteiten. De beschikking is direct uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.