Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2025 in de zaken tussen
[naam], eiser,
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, het COa,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- de impact op de medebewoner, medewerker en omgeving bij plaatsing op een time-out plek;
- de inschatting welke maatregel het meeste effect zal hebben op de (gedragsverandering van de) overlastgever;
- vertoning van (eventueel) herhaaldelijk overlastgevend gedrag.
- er is niet voldaan aan de inspanningsverplichting om de bewoner op de eigen locatie te corrigeren/handhaven, tenzij de impact van het getoonde gedrag dermate ernstig is dat direct voor een HTL-maatregel wordt gekozen;
- GZA
- de bewoner is minderjarig (jongeren vanaf 16 jaar kunnen met schriftelijke toestemming van Nidos of van een ouder/verzorger wel worden geplaatst);
- de bewoner is alleenstaande ouder van een minderjarig kind;
- de bewoner is uitgeprocedeerd en verblijft in een glo of vbl, waar de Rva 2005 niet langer van toepassing is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gericht tegen het plaatsingsbesluit van 11 april 2025 en de vrijheidsbeperkende maatregel van 10 april 2025 gegrond;
- vernietigt het plaatsingsbesluit van 11 april 2025;
- verklaart de beroepen gericht tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel van 17 april 2025 ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 125,00;
- veroordeelt de minister en het COa ieder voor de helft in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,00.