ECLI:NL:RBDHA:2025:9778

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
3 juni 2025
Zaaknummer
NL25.7215
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag

De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 februari 2025 de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

Op 19 mei 2025 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met een gerelateerde zaak. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 februari 2025 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,00 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 907,00.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.7215

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Procesverloop

1. Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.7214, op 19 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Overwegingen

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.7214, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 februari 2025 vernietigd en de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.