De rechtbank Den Haag heeft op 3 juni 2025 uitspraak gedaan in twee beroepen van een Haïtiaanse vreemdeling tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste beroep betrof het besluit van het COa om eiser per 30 maart 2025 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen. Het tweede beroep was gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel die de minister op dezelfde datum oplegde, tevens verzocht eiser om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de feiten zoals vastgelegd door het COa, waarin eiser zich agressief gedroeg en een beveiliger sloeg, wat leidde tot zichtbaar letsel en een politieaanhouding. Eiser betwistte deze feiten en stelde zelf slachtoffer te zijn, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank achtte de verklaringen van meerdere COa-medewerkers en getuigen betrouwbaar en concludeerde dat het incident met zeer grote impact terecht was gekwalificeerd.
De rechtbank oordeelde dat het plaatsingsbesluit zorgvuldig en deugdelijk was genomen, en dat de aangevoerde omstandigheden geen reden gaven om van het beleid af te wijken. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond was, werd ook het beroep tegen de daarop gebaseerde vrijheidsbeperkende maatregel verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.