Verzoeker heeft op 20 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 februari 2023. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 24 januari 2025 de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen tijdens het beroep. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 453,50, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep (alleen niet-tijdig beslissen). De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag.