ECLI:NL:RBDHA:2025:9824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
Op 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat op dezelfde dag een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.21244), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 4 juni 2025 door mr. K.M. de Jager en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.