ECLI:NL:RBDHA:2025:9826
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking kort geding en verplaatsing geschil
In deze zaak heeft eiseres het kort geding ingetrokken nadat haar advocaat zich had onttrokken. Gedaagde verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen eiseres. De voorzieningenrechter oordeelde dat het geschil grotendeels was verplaatst naar een ander kort geding, waarin de proceskosten reeds waren beoordeeld.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenveroordeling af omdat dubbele veroordeling zou leiden tot onnodige kosten en onredelijkheid. Tevens werd vastgesteld dat de kosten van het eerste kort geding in mindering komen op die van het tweede. Beide partijen dragen daarom elk hun eigen kosten.
Het vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en op 15 mei 2025 in het openbaar uitgesproken. De beslissing is in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016 dat bepaalt dat een proceskostenveroordeling na intrekking alleen mogelijk is indien de gedaagde tijdig verzoekt om voortzetting voor proceskostenbeslissing.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen; partijen dragen elk hun eigen kosten.