ECLI:NL:RBDHA:2025:9829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Turkije
Eiser, van Syrische en Turkse nationaliteit, diende op 15 juni 2023 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 24 januari 2025 werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze afwijzing en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van eiser over zijn oproep voor militaire dienstplicht in Turkije niet geloofwaardig zijn, mede omdat het overgelegde document geen originele oproep betrof en niet strookte met openbare bronnen. Daarnaast werd het standpunt van de minister gevolgd dat niet iedere dienstplichtige wordt ingezet in gevechtshandelingen, en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij een verhoogd risico zou lopen.
Hoewel eiser aannemelijk maakte dat hij in Turkije is gediscrimineerd vanwege zijn Syrische afkomst, leidde dit niet tot een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade. Ook zijn gewetensbezwaren tegen militaire dienstplicht werden niet als onoverkomelijk erkend. De rechtbank concludeerde dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft van kracht.