ECLI:NL:RBDHA:2025:983
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Oezbeekse man wegens ongeloofwaardige vrees voor vervolging
Eiser, een Oezbeekse man die in 2017 zijn land ontvluchtte na bedreigingen door de familie van zijn ex-verloofde, vroeg in 2021 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie wees zijn aanvraag in 2023 af als kennelijk ongegrond, omdat de problemen met de familie van zijn ex-verloofde niet geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 januari 2025 en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging of ernstig gevaar loopt bij terugkeer. Verweerder mocht tegenwerpen dat het asielrelaas niet met documenten was onderbouwd en dat eiser pas na jaren illegaal verblijf asiel aanvroeg, wat de geloofwaardigheid aantast.
Hoewel eiser stelde dat hij in een vluchtsituatie verkeerde en geen bewijs kon meenemen, vond de rechtbank dat dit niet voldoende was onderbouwd. Ook het terugkeerbesluit met vertrektermijn en het inreisverbod blijven van kracht. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.