ECLI:NL:RBDHA:2025:9834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische toetsing bevestigd
Eiseres maakte bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering per 7 juni 2024, omdat zij vond dat haar toegenomen klachten na 1 maart 2024 onvoldoende medisch waren herbeoordeeld. Het Uwv stelde dat eiseres op 6 juni 2024 door een verzekeringsarts was onderzocht en dat een latere medische heroverweging op 17 oktober 2024 had plaatsgevonden, waarbij alle relevante medische informatie was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv zich mocht baseren op de rapporten van de verzekeringsartsen, die zorgvuldig waren opgesteld, geen tegenstrijdigheden bevatten en begrijpelijk waren. De medische situatie van eiseres per 1 maart en 7 juni 2024 was adequaat beoordeeld, inclusief de toegenomen spierpijnklachten.
De rechtbank vond dat het niet nodig was dat eiseres opnieuw op spreekuur kwam tijdens de bezwaarprocedure, omdat de beschikbare medische gegevens voldoende waren voor een heroverweging. De conclusie was dat de beëindiging van de uitkering terecht was en het beroep ongegrond verklaard werd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 6 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.