Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:9853

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 mei 2025
Publicatiedatum
5 juni 2025
Zaaknummer
NL25.11358
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië

Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 21 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden beslissen, maar sinds 1 januari 2023 is deze termijn met negen maanden verlengd door het besluit WBV 2023/3. Eiser stelde de minister op 26 februari 2025 schriftelijk in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing en stelde daarop op 11 maart 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.

Echter, sinds 14 december 2024 geldt een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, waardoor de minister gedurende zes maanden niet beslist op asielaanvragen van Syrische vreemdelingen. Dit moratorium verlengt de beslistermijn tot maximaal 21 maanden. De rechtbank constateert dat het moratorium van kracht was toen eiser de ingebrekestelling indiende, waardoor de termijn om te beslissen nog niet was verstreken en de ingebrekestelling prematuur was.

Daarom voldoet eiser niet aan de voorwaarden om beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 30 mei 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling tijdens het geldende besluitmoratorium voor Syrië.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11358
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Zeven),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: R. de Wal).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
3. Eiser komt uit Syrië. Eiser heeft op 21 november 2023 zijn aanvraag ingediend. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.4 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Eiser heeft de minister op 26 februari 2025 in gebreke gesteld, omdat hij van mening was dat de minister niet tijdig had beslist op de aanvraag. Dat zou hoe dan ook tijdig zijn geweest, ongeacht de vraag over de rechtmatigheid van WBV 2023/3.5 Door het uitblijven van een beslissing heeft eiser op 11 maart 2025 beroep ingesteld.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
4 Staatscourant van 8 februari 2023, nr. 3235.
4. Met ingang van 14 december 2024 geldt voor Syrië evenwel een besluit- en vertrekmoratorium voor de duur van zes maanden.6 Gedurende de tijd dat dit moratorium van kracht is, beslist de minister niet op de asielaanvragen van vreemdelingen met de Syrische nationaliteit. Op grond van artikel 2 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium wordt de beslistermijn voor asielaanvragen van uit Syrië afkomstige vreemdelingen verlengd tot ten hoogste 21 maanden.7
5. De rechtbank stelt vast dat het besluitmoratorium van kracht was ten tijde van de door eiser ingediende ingebrekestelling. De termijn om te beslissen op de aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij de minister. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 mei 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
5 Zie ECLI:EU:C:2025:326.
6 Staatscourant van 13 december 2024, nr. 41538.
7 Artikel 43, eerste lid, van de Vw.