ECLI:NL:RBDHA:2025:9853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 21 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden beslissen, maar sinds 1 januari 2023 is deze termijn met negen maanden verlengd door het besluit WBV 2023/3. Eiser stelde de minister op 26 februari 2025 schriftelijk in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing en stelde daarop op 11 maart 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Echter, sinds 14 december 2024 geldt een besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië, waardoor de minister gedurende zes maanden niet beslist op asielaanvragen van Syrische vreemdelingen. Dit moratorium verlengt de beslistermijn tot maximaal 21 maanden. De rechtbank constateert dat het moratorium van kracht was toen eiser de ingebrekestelling indiende, waardoor de termijn om te beslissen nog niet was verstreken en de ingebrekestelling prematuur was.
Daarom voldoet eiser niet aan de voorwaarden om beroep in te stellen tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 30 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling tijdens het geldende besluitmoratorium voor Syrië.