ECLI:NL:RBDHA:2025:9867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing bijstandsuitkering te laat ingediend, beroep ongegrond verklaard
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet als alleenstaande, maar het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees deze af vanwege een gezamenlijke huishouding.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank toetste de termijn en oordeelde dat het bezwaar niet tijdig was verstuurd, ondanks dat eiseres stelde het bezwaar op 8 maart 2024 per post te hebben verzonden.
De rechtbank nam het poststempel en de ontvangstdata in aanmerking en concludeerde dat het bezwaar pas op 4 april 2024 op de post was gedaan, wat na de termijn van 2 april 2024 viel. Ook het per e-mail versturen van het bezwaar op 3 april 2024 kon het late tijdstip niet rechtvaardigen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het ontbreken van een e-mailadres en het risico van fouten bij verzending of interne postverwerking geen verontschuldiging vormen voor de te late indiening.
Daarom bleef het bezwaar niet-ontvankelijk en werd het beroep ongegrond verklaard, waardoor het oorspronkelijke besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, waardoor het beroep ongegrond is.