ECLI:NL:RBDHA:2025:9927
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens geluidsoverschrijding revisievergunning
Verzoekster exploiteert een inrichting waarvoor een revisievergunning is verleend op 31 juli 2024. Naar aanleiding van geluidmetingen in december 2024 constateerde verweerder overtredingen van de geluidsvoorschriften. Verweerder legde daarom op 20 maart 2025 een last onder dwangsom op, waarbij bij volgende overtredingen een dwangsom van €7.500 per overtreding geldt, met een maximum van €75.000.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang, omdat het belang van verzoekster vooral financieel was en geen acute noodsituatie bestond. Daarnaast was er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit, aangezien de geluidsmetingen en rapportages voldoende gemotiveerd en betrouwbaar waren.
Verzoekster stelde dat de overtredingen niet aan haar konden worden toegerekend en verwees naar foto’s en geluidsopnames, maar de geluidsdeskundige van verweerder weerlegde deze stellingen. De permanente meetopstelling met meerdere microfoons sluit geluid van buurpercelen uit, en de rapportages zijn ook in eerdere procedures goedgekeurd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit niet geschorst wordt en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wegens geluidsoverschrijding wordt afgewezen.