Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar nareisaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 18 december 2024 een beslistermijn van acht weken had gesteld. De minister heeft deze termijn niet nageleefd, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling niet vereist was vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk bleef wanneer alsnog een besluit zou worden genomen. De rechtbank legt daarom een nieuwe beslistermijn van twee weken op.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500,- opgelegd voor het geval de minister niet binnen die termijn beslist. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, inclusief griffierecht, aangezien eiseres een professionele gemachtigde inschakelde.
De uitspraak is openbaar en duidelijk: de minister moet binnen twee weken een besluit nemen, anders volgt een dwangsom. Eiseres krijgt daarmee haar gelijk en financiële compensatie voor de gemaakte kosten.