ECLI:NL:RBDHA:2025:9976
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bodemprocedure
Verzoeker heeft op 9 april 2025 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een brief van Pensioenfonds Zorg & Welzijn van 2 april 2025. De voorzieningenrechter heeft verzoeker verzocht aan te geven op welk besluit het verzoek betrekking heeft en om een bezwaarschrift te overleggen. Verzoeker gaf aan dat er geen bezwaarschrift is en geen beroepsprocedure is gestart.
De voorzieningenrechter stelt vast dat voor ontvankelijkheid van een verzoek om voorlopige voorziening een lopende bezwaar- of beroepsprocedure vereist is volgens artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat verzoeker geen bodemprocedure heeft aangewezen, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een bodemprocedure.