De rechtbank Den Haag heeft op 30 januari 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 28 oktober 2023 opzettelijk een ontploffing teweegbracht met zwaar vuurwerk (merk cobra) en brandversnellende vloeistof bij de schutting van de woning van zijn ex-vriendin. Dit veroorzaakte schade aan de schutting en een nabij geparkeerde auto. De verdachte verklaarde dat hij door een ander op het idee was gebracht en dat hij haar wilde laten schrikken vanwege roddels.
De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en kwalificeerde het als opzettelijk een ontploffing teweegbrengen met gemeen gevaar voor goederen. De verdachte had geen strafblad behalve een recente strafbeschikking voor rijden zonder rijbewijs. De persoonlijke omstandigheden, positieve ontwikkeling en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming werden meegewogen.
De rechtbank legde een jeugddetentie van 30 dagen op, waarvan 17 dagen onvoorwaardelijk gelijk aan het voorarrest en 13 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd deels toegewezen voor een totaalbedrag van €500, bestaande uit €250 materiële en €250 immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 oktober 2023.
De verdachte werd veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij en verplicht tot betaling van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en het negatieve effect op het veiligheidsgevoel van het slachtoffer en de omgeving.