ECLI:NL:RBDHA:2025:9980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 3 Vreemdelingenwet
Eiseres is op 5 mei 2025 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit heeft zij beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding. De zaak is schriftelijk behandeld.
Eiseres stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat er geen zicht op uitzetting was. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen lichter middel toepaste, omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Verweerder heeft aan zijn onderzoekplicht voldaan.
Verder is volgens vaste jurisprudentie zicht op uitzetting geen vereiste voor rechtmatige bewaring op grond van artikel 6 lid 3 Vw Pro. Aangezien eiseres aan de grens asiel heeft aangevraagd, is de maatregel rechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.