De zwemvereniging Blue Marlins besloot het lidmaatschap van een minderjarige vanwege achterstanden in de contributie te beëindigen. De ouders van het lid vorderden schorsing van dit besluit. De rechtbank oordeelde dat het bestuur bevoegd was het besluit te nemen en dat sprake was van een opzegging van het lidmaatschap met inachtneming van de statutaire opzegtermijn.
De rechtbank stelde vast dat de betalingsachterstand op het moment van het besluit €175 bedroeg, wat te gering werd geacht om het lidmaatschap te beëindigen. Bovendien was niet aannemelijk dat de vereniging de betaling via Revolut niet had ontvangen, terwijl zij ook geen nader onderzoek had gedaan. De vereniging had bovendien aangegeven het lidmaatschap te willen voortzetten zodra de achterstanden waren voldaan.
De rechtbank besloot het besluit tot beëindiging van het lidmaatschap te schorsen tot aan de uitspraak in een bodemprocedure, onder de voorwaarde dat de contributie voortaan tijdig wordt betaald. De vordering tot betaling van de contributieachterstand werd afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid. De zwemvereniging werd veroordeeld in de proceskosten.