Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 6 februari 2025 niet-ontvankelijk zijn verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. Omdat op dezelfde dag in een andere procedure (zaaknummer NL25.7024) al uitspraak is gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.