ECLI:NL:RBDHA:2025:9989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie gevangenisstraf wegens betwisting betekening dagvaarding
De verzoekster is bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Zij betwist dat de dagvaarding persoonlijk aan haar is betekend en stelt dat de handtekening op de akte van uitreiking niet door haar is gezet. De voorzieningenrechter oordeelt dat de ontvankelijkheid in hoger beroep en de juistheid van de akte van uitreiking aan het gerechtshof toekomen.
Omdat de verzoekster een begin van aannemelijkheid heeft aangetoond dat de betekening niet correct heeft plaatsgevonden, kan niet worden uitgesloten dat het gerechtshof haar ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep. Daarom wordt de executie van het vonnis geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.
De beslissing is genomen op 30 mei 2025 door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, waarbij ook de griffier aanwezig was. De schorsing geldt voor de strafzaak met parketnummer 96/152907-24.
Uitkomst: Executie gevangenisstraf geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.