De rechtbank Den Haag heeft op 30 januari 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte geboren in 2006, die werd verdacht van poging tot diefstal met geweld en twee gevallen van oplichting. De feiten betreffen een poging tot diefstal van een ketting via een verkoopafspraak op Marktplaats en twee oplichtingen bij horecagelegenheden waarbij gebruik werd gemaakt van valse namen en vals geld.
De rechtbank kon niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte het telefoonnummer gebruikte waarmee de verkoopafspraak werd gemaakt, noch dat hij daadwerkelijk betrokken was bij de poging tot diefstal. Ook was niet bewezen dat de verdachte zelf de valse bestellingen plaatste of dat er sprake was van een gezamenlijke uitvoering van de oplichtingspraktijken. Hoewel de verdachte op de hoogte was van de oplichtingen en meegegeten had, leverde dit geen voldoende significante bijdrage op voor medeplegen.
Op basis van het bewijs en de omstandigheden sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De uitspraak werd gedaan door drie kinderrechters in aanwezigheid van de griffier.