Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Overdrachtsbelasting
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres kocht een woning en verzocht om toepassing van het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2%, gebaseerd op het hoofdverblijfcriterium. Zij huurt daarnaast een woonruimte elders en is ingeschreven op dat adres. De rechtbank beoordeelde of eiseres aannemelijk had gemaakt dat de woning haar centrale levensplaats was.
Eiseres stelde dat zij vijf dagen per week in de woning verbleef en twee dagen elders, ondersteund door bankafschriften en verklaringen over sociale contacten en vrijwilligerswerk nabij de woning. De rechtbank vond deze bewijzen onvoldoende, mede omdat de huurovereenkomst en voortzetting van vrijwilligerswerk op het andere adres de band met dat adres in stand hielden.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aan haar bewijslast had voldaan om het hoofdverblijfcriterium te bewijzen. Het verlaagde tarief was daarom terecht niet toegepast en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat het hoofdverblijfcriterium niet is aangetoond.