Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
zware grondenvermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
en als
lichte grondenvermeld dat eiser:
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
.Hij verblijft op een locatie van HVO-Querido, een opvanglocatie voor ongedocumenteerden. Het is bij de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel ook algemeen bekend dat dit een opvanglocatie is voor ongedocumenteerden. Het had dus op de weg van de minister gelegen om nader onderzoek te doen naar de verblijfplaats van eiser.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
mr.V. Bouman, griffier.