ECLI:NL:RBDHA:2026:10138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.R. van der Winkel
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 januari 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf 23 maart 2026, het moment van het sluiten van het onderzoek waarop een eerdere uitspraak was gebaseerd. Eiser voerde aan dat hij tijdens zijn detentie in de Penitentiaire Inrichting (PI) te [locatie 1] visueel en verbaal contact heeft met strafrechtelijk gedetineerden, wat volgens hem strijdig is met de voorwaarden van bewaring.
De rechtbank oordeelde dat de afdeling Beheers Problematische Gedetineerden (BPG) in de PI [locatie 1] kan worden aangemerkt als een speciale inrichting voor bewaring conform artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. Het visuele en verbale contact met strafrechtelijk gedetineerden tijdens het luchten staat niet aan deze kwalificatie in de weg. De rechtbank zag geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.