ECLI:NL:RBDHA:2026:10158
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 7 april 2026 behandeld.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.15785) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 16 april 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.