ECLI:NL:RBDHA:2026:10163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek asielzoeker naar België en ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
Uit onderzoek blijkt dat eiser zich op 9 en 14 januari 2026 bij de Belgische autoriteiten heeft gemeld en daar een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. De minister stelde dat het vertrek van eiser naar België impliceert dat hij geen bezwaar heeft tegen overdracht, terwijl eiser stelde dat het vertrek niet vrijwillig was en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat het vertrek van eiser naar België zonder melding aan Nederlandse autoriteiten en het indienen van een asielverzoek aldaar impliceert dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Er is geen concreet bewijs dat nader onderzoek naar de omstandigheden van het vertrek rechtvaardigt. Daarom ontbreekt procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zal het besluit niet inhoudelijk beoordelen en wijst het beroep af zonder proceskostenvergoeding. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang heeft door zijn vertrek naar België en het indienen van een asielverzoek aldaar.