Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Duitslandvan een onevenredige hardheid getuigt. De minister heeft die omstandigheden in het bestreden besluit voldoende zorgvuldig en gemotiveerd in zijn beoordeling betrokken. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag de minister er in beginsel van uitgaan dat de benodigde medische zorg in Duitsland aanwezig is. Ook in Duitsland kan hij (na)zorg krijgen voor zijn medische problemen. De minister heeft in het besluit al aangegeven dat indien eiser instemt met het delen van zijn medische informatie, de minister op grond van artikel 32 van Pro de Dublinverordening de Duitse autoriteiten zal informeren over de medische bijzonderheden van eiser. Er is geen reden om aan te nemen dat zij niet aan de behoeften van eiser kunnen voldoen. De beroepsgronden van eiser slagen niet.