Uitspraak
Rechtbank den haag
- [eiser] , vergezeld van mr. Bosch;
- de heer [naam] (teamleider verhuur) van Wooninvest, vergezeld van mr. Dik.
1.De gronden van de beslissing
huurderheeft mogen toerekenen. Zowel de kantonrechter als de meervoudige kamer van het gerechtshof hebben geoordeeld dat de gedraging van [eiser] beëindiging van de huurrelatie rechtvaardigt, en zij hebben dus een relevant verband aanwezig geacht tussen zijn gedraging en zijn positie als huurder. Van een juridische misslag in het arrest is dan ook geen sprake. Dat over de juridische waardering van de gedraging van [eiser] anders gedacht kan worden, maakt niet dat sprake is van een ‘misslag’. Overigens wordt ook in het cassatieadvies als uitgangspunt genomen dat de kans van slagen van een cassatieberoep als klein wordt gezien, waarmee impliciet wordt bevestigd dat van een werkelijke misslag geen sprake is.