Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak gedaan.
Op 2 april 2026 is door de minister toegezegd een BMA-onderzoek te starten naar aanleiding van medische stukken van verzoeker. Dit leidde tot aanhouding van een gerelateerd beroep. Tijdens een eerdere zitting is ook de voorlopige voorziening van de neef van verzoeker toegewezen, waarbij is besproken dat de zaken samenhangen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Kroatië totdat op het beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-.