Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
10 juli 2025, en (ii) de buitengerechtelijke kosten. De rechtbank heeft de vorderingen van [eiser] afgewezen. Verder heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld in de proceskosten en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
3.Het geschil
9 en 10 april 2026 onder de Rabobank en de ING bank – binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 250.000;
€ 300.000 wegens onvoldoende kasstroom.
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
18 februari 2026 met zaak-/rolnummer C/09/691527 / HA ZA 25-800 totdat het gerechtshof Den Haag in hoger beroep eindarrest heeft gewezen in het door [eiser] nog in te stellen hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank of dit vonnis van de rechtbank alsnog in kracht van gewijsde gaat;