ECLI:NL:RBDHA:2026:10185
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot samenvoeging gevangenisstraffen voor voorwaardelijke invrijheidstelling
Eiser is veroordeeld tot twee onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van respectievelijk 16 en 8 maanden. Hij werd voorwaardelijk in vrijheid gesteld voor de straf van 16 maanden, maar niet voor de straf van 8 maanden. Eiser vordert dat beide straffen als één vrijheidsstraf worden beschouwd voor de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechtbank oordeelt dat de straffen niet aaneensluitend worden uitgevoerd omdat eiser al in vrijheid was gesteld toen de eerste straf onherroepelijk werd. De voorwaardelijke invrijheidstelling kan daarom niet over beide straffen gezamenlijk worden verleend. Ook is de straf van 8 maanden op zichzelf niet v.i.-waardig omdat deze korter is dan een jaar.
De rechtbank concludeert dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld door de v.i.-beslissing niet te herzien en wijst de vorderingen van eiser af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat de gevangenisstraffen niet als één vrijheidsstraf voor de voorwaardelijke invrijheidstelling worden aangemerkt.