Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
NL26.11350
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na eerdere uitspraak over machtiging voorlopig verblijf

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel familie en gezin, gebaseerd op artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank had eerder op 1 april 2025 een uitspraak gedaan waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen. Deze termijn is niet nageleefd, maar de rechtbank heeft op 20 maart 2026 reeds uitspraak gedaan over het eerdere beroep van eiser.

Omdat de minister al een nadere beslistermijn is opgelegd en het beroep niets anders kan bereiken, ontbreekt het aan procesbelang. Daarom verklaart de rechtbank het huidige beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na eerdere uitspraak.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.11350
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: G. Kleinegris).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 1 april 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twee weken na verzending van die uitspraak alsnog moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf met als doel ‘familie en gezin’ in het kader van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (de aanvraag). De minister heeft zich aan deze termijn niet gehouden. Eiser stelt daarom nu beroep in.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

3. Eiser heeft beroep ingesteld op 24 oktober 2025 en op 2 maart 2026. Inmiddels heeft deze rechtbank en zittingsplaats op 20 maart 2026 uitspraak gedaan op het beroep van
1. Zaaknummer NL24.39143, niet gepubliceerd.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
24 oktober 2025.4 Daarbij heeft de rechtbank de minister een nadere beslistermijn opgelegd van twee weken na de dag van verzending van die uitspraak. Als de minister zich niet aan deze termijn houdt, verbeurt hij een dwangsom. De termijn voor deze dwangsom loopt nog.
4. De rechtbank heeft aan de minister dus al een nadere beslistermijn opgelegd. Met dit beroep kan eiser niets anders bereiken. Hij heeft daarom geen procesbelang meer bij de beoordeling van dit beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 april 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.