ECLI:NL:RBDHA:2026:10207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielbesluiten Iran en gegrond verklaring beroep niet tijdig beslissen
Eisers dienden op 27 maart 2023 asielaanvragen in, die op 19 augustus 2025 door verweerder werden afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld. Verweerder trok de besluiten op 15 april 2026 in vanwege een besluit- en vertrekmoratorium voor Iran en kondigde aan opnieuw te zullen beslissen.
Eisers verzochten de rechtbank het beroep om te klappen naar een beroep tegen het niet tijdig beslissen en om verweerder op te dragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. De rechtbank oordeelde dat de beroepen tegen de ingetrokken besluiten niet-ontvankelijk zijn wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn was verstreken en dat eisers niet eerst verweerder in gebreke hoefden te stellen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd gegrond verklaard. Verweerder werd opgedragen binnen twee weken te beslissen en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 werd opgelegd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers van €467. De uitspraak werd buiten zitting gedaan op 29 april 2026 door rechter B.F.Th. de Roos.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken te beslissen onder oplegging van een dwangsom.