ECLI:NL:RBDHA:2026:10209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 18 september 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 16 januari 2026 schriftelijk in gebreke gesteld, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk werd geacht. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.