ECLI:NL:RBDHA:2026:10220

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
NL26.10489 en NL26.10491
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in-ontvangstneming asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 25 februari 2026 waarin de minister van Asiel en Migratie hun asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van het Dublin-verdrag.

Tegelijkertijd hebben verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd om de niet-in-ontvangstneming te schorsen. De voorzieningenrechter heeft op 22 april 2026 mondeling uitspraak gedaan in de hoofdzaak en de beroepen afgewezen.

Op grond daarvan wijst de voorzieningenrechter ook de verzoeken om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-in-ontvangstneming van de asielaanvragen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.10489 en NL26.10491

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekers], V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers
mede namens hun minderjarige kinderen
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Bij besluiten van 25 februari 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Bij mondelinge uitspraak van 22 april 2026, zaaknummers NL26.10487 en NL26.10490, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 29 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.