AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing vordering tot afgifte van gouden sieraden en afwijzing vordering tot afgifte van munten
Eiseres en gedaagde zijn familieleden waarbij eiseres vordert dat gedaagde gouden sieraden en munten uit een gehuurde kluis aflevert. De sieraden en munten waren ter bewaring aan gedaagde gegeven. De rechtbank stelt vast dat de sieraden in een etui van eiseres zijn, evenals een gouden ketting uit een doorzichtig doosje, maar dat onvoldoende is aangetoond dat de munten in dat doosje eigendom van eiseres zijn.
Eiseres onderbouwt haar eigendom met foto's en verklaringen over het dragen en ontvangen van de sieraden bij verlovings- en bruiloftsfeesten. Gedaagde betwist het eigendom van de munten en sieraden in het doorzichtige doosje en etui, maar haar verweren worden niet voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst de vordering tot afgifte van de sieraden toe, maar wijst de vordering tot afgifte van de munten af.
Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de sieraden binnen zeven dagen, met een dwangsom bij niet-naleving, en in de proceskosten. De wettelijke rente over de proceskosten wordt eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot afgifte van gouden sieraden toegewezen, vordering tot afgifte van munten afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/695062 / HA ZA 25-1046
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
[voornaam eiseres] ÇETIN-AYGÜNte [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. E. Cekic te Uitgeest,
tegen
[gedaagde]te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. B.P. den Butter te Den Haag.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 16 oktober 2025, met producties 1 en 2;
de beslagstukken van [eiseres] ;
de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;
de akte indiening producties en wijziging vorderingen van [eiseres] van 7 maart 2026, met producties 3 tot en met 8;
de USB-stick van [eiseres] van 7 maart 2026, met productie 9;
de akte overlegging productie van [gedaagde] van 10 maart 2026, met productie 5.
1.2.
Op 18 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
2.De feiten
2.1.
[eiseres] is op [datum] 2020 te [plaats 1] ( [land] ) in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd met [naam 1] , de zoon van [gedaagde] .
2.2.
Op 4 juli 2020 hebben [eiseres] en [naam 1] een bruiloftsfeest gegeven. Op dit feest heeft [eiseres] gouden sieraden en munten gedragen.
2.3.
In 2019 zijn [eiseres] en Mert [naam 1] verloofd. Dat werd gevierd met een beloftefeest en een verlovingsfeest.
2.4.
Op enig moment na het bruiloftsfeest heeft [eiseres] de gouden sieraden en munten ter bewaring aan [gedaagde] gegeven en [gedaagde] bewaarde die een (gehuurde) kluis in [plaats 2] .
2.5.
Op verzoek van [eiseres] is op 2 en 21 oktober 2025 conservatoir maritaal beslag gelegd op de inhoud van de kluis. De gerechtsdeurwaarder heeft een proces-verbaal opgemaakt van wat er op 21 oktober 2025 in de kluis werd aangetroffen; kort gezegd sieraden, horloges en munten verpakt in etuis en doosjes met daarop briefjes met namen, certificaten voor sieraden en diamanten, en € 9.400 en $ 12.358 aan contant geld.
3.Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, na eiswijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] te veroordelen tot afgifte aan [eiseres] van de gouden sieraden en munten die in het proces-verbaal van de deurwaarder van 21 oktober 2025 zijn genoemd en als volgt zijn omschreven:
Een etui van Hunkemöller met de navolgende sieraden:
- een kaartje ter grootte van een bankpas met opschrift Goldas 995.0 Fine Gold
- twee goudkleurige armbandjes met naam
- een goudkleurige ketting met hanger [voornaam eiseres]
- vijf goudkleurige armbanden
- een goudkleurige armband
- een zwartkleurig kettinkje met goudkleurige hanger (muntje)
- een zwartkleurig armbandje met daaraan bevestigd een gouden armbandje
- twee goudkleurige armbandjes met een hanger (muntje)
- een wit zakje met daarin vier lintjes met elk een goudkleurige hanger (muntje) en een los goudkleurig muntje
Een doorzichtig doosje met [opschrift 1] met de navolgende sieraden:
- zeven lintjes met elk een goudkleurige hanger (muntje)
- een goudkleurige ketting met een goudkleurige hanger
- een goudkleurige hanger (muntje) aan een veiligheidsspeld
Een etui met [opschrift 2] met de navolgende sieraden:
- twee goudkleurige oorbellen
- een goudkleurige armband
- een goudkleurige ketting
binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een boete van € 5.000 voor elke dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 100.000, althans een oordeel door de rechtbank in goede justitie te bepalen;
2. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, alsmede de beslagkosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis.
3.2.
[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat deze gouden sieraden en munten haar eigendom zijn en dat [gedaagde] weigert deze aan haar af te geven.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. Volgens [gedaagde] zijn het doorzichtige doosje met [opschrift 1] met inhoud en het etui met [opschrift 2] met inhoud van haar en niet van [eiseres] .
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4.De beoordeling
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] sieraden en munten van [eiseres] in de door haar gehuurde kluis bewaarde. Partijen zijn het er ook over eens dat wat in de kluis is aangetroffen in een etui van Hunkemöller met een Post-It met daarop ‘ [voornaam eiseres] ’, van [eiseres] is en dat wat is aangetroffen met een Post-It waarop staat ‘ [voornaam gedaagde] ’, van [gedaagde] is. Verder heeft [eiseres] haar vordering ten aanzien van het in de kluis aangetroffen contante geld laten varen. Het gaat dus nu nog om de sieraden en munten die zijn aangetroffen in de kluis in een doorzichtig doosje met [opschrift 1] en in een etui met [opschrift 2] . Het doorzichtige doosje bevat een ketting en munten en het etui bevat een set sieraden.
De inhoud van het doorzichtige doosje
4.2.
[eiseres] stelt dat de gouden ketting en munten in het doorzichtige doosje van haar zijn. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [eiseres] foto’s overgelegd waarop te zien is dat zij de ketting tijdens het beloftefeest in juni 2019 en in september 2019 droeg. De munten zou [eiseres] op het bruiloftsfeest in juli 2020 hebben gekregen, toen die op haar bruidsjurk werden gespeld. Volgens [eiseres] zijn haar munten gescheiden gehouden van de munten van [gedaagde] ; die van [eiseres] zitten in het doorzichtige doosje en die van [gedaagde] in een zwart doosje in de kluis.
4.3.
[gedaagde] betwist dat de gouden ketting en munten in het doorzichtige doosje van [eiseres] zijn. De munten die [eiseres] bij het huwelijk kreeg zijn volgens [gedaagde] voor een groot deel al weggegeven en zij leende [eiseres] sieraden voor bijzondere gelegenheden.
4.4.
De rechtbank kan niet vaststellen dat de gouden munten in het doorzichtige doosje van [eiseres] zijn. Uit de ingediende stukken en beelden blijkt wel dat [eiseres] munten kreeg tijdens het bruiloftsfeest, maar hoeveel dat er waren is onduidelijk. Ook is niet duidelijk hoeveel van die munten aan [gedaagde] in bewaring zijn gegeven en of– zoals door [gedaagde] aangevoerd – nog munten zijn weggegeven. [eiseres] heeft dat niet voldoende nader toegelicht en onderbouwd. De vordering tot afgifte van de munten in het doorzichtige doosje zal daarom worden afgewezen.
4.5.
Voor de gouden ketting met hanger ligt dat anders. De rechtbank stelt vast dat [eiseres] de ketting bij verschillende gelegenheden heeft gedragen. Dat is een aanwijzing dat de ketting van haar was. [gedaagde] heeft daartegen ingebracht dat zij de ketting aan [eiseres] leende, maar dat is in het geheel niet onderbouwd. Op de foto’s die [gedaagde] indiende om aan te tonen welke sieraden van haar zijn, is zij ook niet met deze ketting te zien. De rechtbank passeert daarom haar verweer en zal de vordering tot afgifte van de ketting met hanger uit het doorzichtige doosje toewijzen.
De inhoud van het etui
4.6.
[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij de set sieraden in het etui bij het verlovingsfeest in oktober 2019 heeft gekregen. Zij mocht sieraden uitzoeken en koos deze set in de zomer van 2019 bij een haar bekende juwelier in [land] . Tijdens het verlovingsfeest is de set haar geschonken en door haar schoonmoeder omgedaan in aanwezigheid van de gasten, aldus [eiseres] . Ter onderbouwing daarvan heeft [eiseres] beelden overgelegd waarop te zien is dat zij de ketting omkreeg in 2019 tijdens het verlovingsfeest en droeg op het bruiloftsfeest in juli 2020.
4.7.
[gedaagde] heeft betwist dat de set sieraden eigendom van [eiseres] is. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij de set zelf ooit cadeau heeft gekregen van een vriend en dat zij die uitleende aan [eiseres] .
4.8.
De rechtbank passeert ook dit verweer. Op grond van de overgelegde foto’s en beelden kan worden vastgesteld dat [eiseres] de set tijdens een feest is omgedaan door [gedaagde] en dat zij die vervolgens ook tijdens het bruiloftsfeest droeg. De stelling van [gedaagde] dat het niettemin haar eigen set is die aan [eiseres] leende, is in het geheel niet onderbouwd en er zijn ook geen foto’s van [gedaagde] met deze set of verklaringen ter onderbouwing van de door haar gestelde gang van zaken. De rechtbank zal de vordering van [eiseres] ten aanzien van de set sieraden in het etui daarom toewijzen.
Slotsom en proceskosten
4.9.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiseres] tot afgifte van de sieraden in het etui van Hunkemöller, de gouden ketting met hanger uit het doorzichtige doosje en de set sieraden uit het etui wordt toegewezen. Daarbij zal een dwangsom worden opgelegd, maar die wordt gematigd.
4.10.
[gedaagde] wordt in deze zaak in overwegende mate in het ongelijk gesteld. Zij wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 90,00
- salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten × tarief II à € 653)
- nakosten € 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 1.730,45.
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.De beslissing
De rechtbank:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis aan [eiseres] af te geven:
(uit het etui van Hunkemöller)
- een kaartje ter grootte van een bankpas met opschrift Goldas 995.0 Fine Gold;
- twee goudkleurige armbandjes met naam;
- een goudkleurige ketting met hanger ‘ [voornaam eiseres] ’;
- vijf goudkleurige armbanden;
- een goudkleurige armband;
- een zwartkleurig kettinkje met goudkleurige hanger (muntje);
- een zwartkleurig armbandje met daaraan bevestigd een gouden armbandje;
- twee goudkleurige armbandjes met een hanger (muntje);
- een wit zakje met daarin vier lintjes met elk een goudkleurige hanger (muntje) en een los goudkleurig muntje;
(uit het doorzichtige doosje met [opschrift 1] )
- een goudkleurige ketting met een goudkleurige hanger;
(uit het etui met [opschrift 2] )
- twee goudkleurige oorbellen;
- een goudkleurige armband;
- een goudkleurige ketting;
5.2.
bepaalt dat als [gedaagde] niet aan de in 5.1 neergelegde veroordeling voldoet, zij een boete verbeurt van € 500 voor elke dag (of deel van een dag) dat zij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.730,45, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over de proceskosten als deze niet binnen zeven dagen na dit vonnis zijn betaald;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.