Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10248

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
09/305766-24
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling vader voor langdurige fysieke en geestelijke mishandeling van drie kinderen

De verdachte heeft samen met de medeverdachte, de stiefmoeder van de kinderen, gedurende meerdere jaren zijn drie kinderen systematisch mishandeld. Dit betrof zowel fysieke mishandeling door slaan als geestelijke mishandeling door onder meer het opleggen van straffen, het onthouden van zorg en het maken van denigrerende opmerkingen. De mishandeling vond plaats in een context van strenge controle, waaronder het gebruik van camera’s en alarmen in de woning.

De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen van de kinderen, chatberichten tussen de verdachte, medeverdachte en kinderen, en camerabeelden. De verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege een autismespectrumstoornis, maar had wel opzet op het benadelen van de gezondheid van zijn kinderen. De nauwe samenwerking met de medeverdachte leidt tot een bewezenverklaring van medeplegen.

De rechtbank legt een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 174 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 120 uren. De verdachte wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €6.400 aan een van de kinderen, vermeerderd met wettelijke rente, en hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met de medeverdachte. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 174 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 120 uren wegens langdurige mishandeling van zijn kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/305766-24
Datum uitspraak: 28 april 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1975 te [geboorteplaats 1] ,
BRP-adres: [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 14 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.L.M. de L’Isle, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.M. van Steenes, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 april 2026 - ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 5 november 2024, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn kind(eren), te weten
- [kind 1] (geboren [geboortedatum 2] 2001), te weten in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 1 juni 2022 en/of
- [kind 2] (geboren [geboortedatum 3] 2004), te weten in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 5 november 2024 en/of
- [kind 3] (geboren [geboortedatum 4] 2006), te weten in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 1 augustus 2023,
heeft mishandeld door te slaan;
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 1 augustus 2023, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn kind, te weten [kind 3] (geboren [geboortedatum 4] 2006), opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader, met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (richting) die [kind 3]
- getuige doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broer(s),
- zorg onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van (avond)eten en/of toegang tot de wc en/of douche te ontzeggen,
- structureel straffen uitgedeeld, zoals voor straf uren (buiten) staan en/of rondjes lopen om het huis en/of om de [recreatiegebied] (ongeacht de weersomstandigheden) en/of strafregels opschrijven,
- opgesloten in de slaapkamer en/of op zolder,
- verregaande controle uitgeoefend door camera’s te plaatsen in de slaapkamer en/of woonkamer en/of beelden op te nemen van [kind 3] , alarmen te plaatsen op de slaapkamerdeur en/of hem op te dragen voor allerlei handelingen toestemming te vragen (waaronder (maken van) eten, uitdoen van schoenen, naar wc gaan, uitoefenen van taken en/of om te gaan zitten) en/of
- kwetsende en/of denigrerende opmerkingen gemaakt, door te zeggen dat hij, [kind 3] , dom is (of woorden van gelijke strekking) en/of hem op te dragen zich dom te gedragen,
waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [kind 3] is benadeeld;
3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 5 november 2024, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn kind, te weten [kind 2] (geboren [geboortedatum 3] 2004), opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader, met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (richting) die [kind 2]
- getuige doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broer(tje)),
- zorg onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van (avond)eten en/of toegang tot de wc en/of douche te ontzeggen,
- structureel straffen uitgedeeld, zoals voor straf uren (buiten) staan en/of rondjes lopen om het huis en/of om de [recreatiegebied] (ongeacht de weersomstandigheden) en/of strafregels opschrijven,
- hem opgesloten in de slaapkamer en/of op zolder,
- verregaande controle uitgeoefend door camera’s te plaatsen in de slaapkamer en/of woonkamer en/of beelden op te nemen van [kind 2] , alarmen te plaatsen op de slaapkamerdeur en/of hem op te dragen voor allerlei handelingen toestemming te vragen (waaronder (maken van) eten, uitdoen van schoenen, naar wc gaan, uitoefenen van taken en/of om te gaan zitten) en/of
- kwetsende en/of denigrerende opmerkingen gemaakt, door te zeggen dat hij, [kind 2] , dom is (of woorden van gelijke strekking) en/of hem op te dragen zich dom te gedragen,
waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [kind 2] is benadeeld;
4
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 april 2018 tot en met 1 juni 2022, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) zijn kind, te weten [kind 1] (geboren [geboortedatum 2] 2001), opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft/hebben hij verdachte en zijn mededader, met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (richting) die [kind 1]
- getuige doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broertje(s)),
- structureel straffen uitgedeeld, zoals voor straf uren (buiten) staan en/of rondjes lopen om het huis en/of om de [recreatiegebied] (ongeacht de weersomstandigheden) en/of strafregels opschrijven,
- hem opgesloten in de slaapkamer en/of op zolder,
- zorg onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van (avond)eten,
- verregaande controle uitgeoefend door camera’s te plaatsen in de woning en/of beelden op te nemen van [kind 1] en/of hem op te dragen voor allerlei handelingen toestemming te vragen (waaronder (maken van) eten, uitdoen van schoenen, naar wc gaan, uitoefenen van taken en/of om te gaan zitten) en/of
- kwetsende en/of denigrerende opmerkingen gemaakt, door te zeggen dat hij, [kind 1] , dom is (of woorden van gelijke strekking) en/of hem op te dragen zich dom te gedragen,
waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [kind 1] is benadeeld.

3.De bewijsbeslissing

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
3.2
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
3.3
Bewijsoverwegingen
Inleiding
Op 20 juni 2024 werd door Veilig Thuis een melding gedaan bij de politie, waaruit de verdenking volgde dat er sprake zou zijn van jarenlange fysieke en geestelijke mishandeling van [kind 3] (hierna: [kind 3] ), [kind 2] (hierna: [kind 2] ) en [kind 1] (hierna: [kind 1] ) door de verdachte, hun vader, en de medeverdachte D.D. [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte), hun stiefmoeder.
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat sprake is geweest van een door de verdachte en de medeverdachte opgezet systeem van verregaande controle en disproportionele bestraffing van de drie (stief)zoons. De drie kinderen werden vanaf het moment dat de medeverdachte is ingetrokken in de woning van de verdachte verplicht om voor elke alledaagse handeling (waaronder het uittrekken van schoenen, naar de wc gaan, douchen of drinken) vooraf toestemming te vragen. Op naleving van deze regels werd streng gecontroleerd door het bekijken van in de woonkamer en de slaapkamer van [kind 3] en [kind 2] aanwezige camera’s. Bij overtreding van de regels werden de kinderen bij wijze van bestraffing met regelmaat geslagen door de verdachte en de medeverdachte, moesten ze urenlang op eenzelfde plek blijven staan, werden ze verplicht buiten rondjes te lopen en moesten er strafregels worden geschreven. [kind 3] en [kind 2] werden daarnaast langdurig naar hun kamer of naar zolder gestuurd. Bij [kind 3] is in dat kader op enig moment een alarm geïnstalleerd op de slaapkamerdeur om te voorkomen dat hij zonder toestemming zijn kamer zou verlaten. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat eten of toegang tot de wc en/of douche aan de kinderen werd onthouden. Bovendien werden er doorlopend kwetsende en denigrerende opmerkingen naar de kinderen gemaakt, waarbij ze onder meer ‘dom’ werden genoemd of hen werd opgedragen zich ‘dom’ te gedragen. De kinderen waren over en weer getuige van de straffen die ze moesten ondergaan, waaronder in het bijzonder het fysieke geweld.
Betrouwbaarheid verklaringen
De verdediging heeft gesteld dat de verklaringen van [kind 3] , [kind 1] en [kind 2] tegenstrijdig zijn. De rechtbank stelt vast dat de drie kinderen op verschillende momenten los van elkaar hun verklaringen hebben afgelegd. [kind 3] en [kind 1] hebben in hun verklaringen beschreven hoe de ten laste gelegde handelingen hebben plaatsgevonden en hoe de situatie waarin de gedragingen hebben plaatsgevonden, is ontstaan en verlopen. Deze verklaringen vinden over en weer op essentiële punten steun in elkaar en vinden ook steun in de verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd. De verklaringen van [kind 3] en [kind 1] zijn ook voldoende gedetailleerd en voorzien van concrete voorbeelden die steun vinden in andere bewijsmiddelen, te weten de chatberichten van de verdachte en de medeverdachte, de chatberichten van de verdachte en zijn verschillende zoons, de chatberichten van de medeverdachte en de verschillende zoons en de processen-verbaal van bevindingen met een beschrijving van de camerabeelden en geluidsopname in de woning. Dat [kind 2] minder heeft verklaard dan zijn broers, acht de rechtbank goed voorstelbaar, aangezien hij ten tijde van het afleggen van zijn verklaring als enige kind nog woonachtig was bij de verdachte en zijn stiefmoeder.
Opzet op mishandeling
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de gedragingen van de verdachte zich niet hebben beperkt tot enkele incidenten, maar sprake is geweest van een patroon van jarenlange, stelselmatige klappen, beledigingen, kleinerende opmerkingen, onderdrukking en denigrerende straffen. Het is een feit van algemene bekendheid dat de behoefte aan affectie en een gevoel van veiligheid basisbehoeften zijn voor een kind en dat wanneer een kind structureel wordt geslagen, gekleineerd, gecontroleerd en uitgescholden door een ouder dit een reële kans oplevert op beschadiging van de geestelijke gezondheid en ontwikkeling van het kind. Gelet op de periode van meerdere jaren waarin de verdachte structureel niet in deze behoeften van zijn kinderen heeft voorzien en het feit dat het ging om drie kwetsbare kinderen met onder andere hechtingsproblematiek en een licht verstandelijke beperking, acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat alle kinderen reeds zijn benadeeld in hun gezondheid door ook de niet-fysieke gedragingen van de verdachte. De verdachte had ook opzet hierop. Illustratief is een incident tussen de medeverdachte en [kind 3] , waarover zowel de verdachte als [kind 3] hebben verklaard. De verdachte heeft de medeverdachte toen van [kind 3] afgetrokken. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte dus wel kón ingrijpen en tegen de medeverdachte in kon gaan op het moment dat het voor hem te ver ging, maar op andere momenten uit eigen beweegredenen koos om dit niet doen en daarbij mee deed in de gedragingen of het liet gebeuren. De verdachte moet de nadelige effecten van zijn gedragingen op de kinderen hebben waargenomen. Door toch te handelen zoals hij heeft gedaan, komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van pijn aan zijn kinderen dan wel het benadelen van hun gezondheid.
Medeplegen
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. De medeverdachte zou controle hebben uitgeoefend op de verdachte en een aansturende en sturende rol hebben gehad in de ten laste gelegde gedragingen.
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard, wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De rechtbank overweegt hierbij dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte samen met de medeverdachte jarenlang een systeem van verregaande controle, regels en bestraffing hanteerde jegens zijn kinderen. Uit de chatberichten komt een beeld naar voren van nauwe afstemming tussen de verdachte en de medeverdachte als het de kinderen aangaat. Zo worden de verdachte en de medeverdachte door elkaar over en weer op de hoogte gehouden van door de kinderen uitgevoerde taken, gevraagde toestemming, opgelegde straffen of waargenomen overtredingen. In het bijzonder blijkt uit de chatberichten dat beeldmateriaal afkomstig van de in de woning opgehangen camera’s aan elkaar wordt doorgestuurd en met regelmaat wordt voorzien van commentaar. Ook volgt uit beeldmateriaal vanuit de woning en het individuele berichtenverkeer tussen de verdachte en zijn kinderen dat de verdachte de eerder besproken regels actief handhaaft, ook buiten de aanwezigheid van de medeverdachte, en de kinderen in niet mis te verstane bewoordingen aanspreekt op overtredingen en hen bestraft. [kind 3] , [kind 2] , [kind 1] en getuige [getuige] verklaren ook expliciet over handelingen die hun vader zelf uitvoerde, zoals het slaan (zij het dat de kinderen verklaren dat hun vader – in tegenstelling tot de medeverdachte – slechts sporadisch sloeg), het plaatsen van de camera’s, het op slot doen van de slaapkamerdeur en het maken van kwetsende en denigrerende opmerkingen.
De verdachte heeft – anders dan de verdediging heeft betoogd – zelf een actieve rol gehad bij de ten laste gelegde gedragingen en nam ook initiatief. Niet is gebleken dat de ten laste gelegde gedragingen slechts voortkwamen uit gedragingen van de medeverdachte. Ook is niet gebleken dat de verdachte zich op enig moment definitief heeft gedistantieerd van het gedrag van de medeverdachte. Het aanbieden van zijn excuses aan een kind nadat hij had geslagen of het alsnog brengen van eten, nadat een kind eerst geen eten had gekregen, laten enkel zien dat de verdachte achteraf inzag dat de gedragingen verkeerd waren, maar voorkwamen niet dat het daarna weer gebeurde.
De rechtbank komt, gelet op het voorgaande, tot het oordeel dat de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht was en het handelen van de verdachte en de medeverdachte kan worden aangemerkt als een nauwe en bewuste samenwerking. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.
Conclusie
De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] zijn kinderen [kind 3] , [kind 2] en [kind 1] over een langdurige periode heeft mishandeld door hen te slaan en door hun lichamelijke en geestelijke gezondheid te benadelen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij, te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) zijn kinderen, te weten
- [kind 1] (geboren [geboortedatum 2] 2001), te weten in de periode van 4 april 2018 tot en met 1 juni 2022 en
- [kind 2] (geboren [geboortedatum 3] 2004), te weten in de periode van 4 april 2018 tot en met 5 november 2024 en
- [kind 3] (geboren [geboortedatum 4] 2006), te weten in de periode van 4 april 2018 tot en met 1 augustus 2023,
heeft mishandeld door te slaan;
2
hij in de periode van 4 april 2018 tot en met 1 augustus 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) zijn kind, te weten [kind 3] (geboren [geboortedatum 4] 2006), opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader, met dat opzet, meermalen (richting) die [kind 3]
- getuige doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broer(s)
),
- zorg onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van (avond)eten en/of toegang tot de wc en/of douche te ontzeggen,
- structureel straffen uitgedeeld, zoals voor straf uren (buiten) staan en/of rondjes lopen om het huis (ongeacht de weersomstandigheden) en/of strafregels opschrijven,
- opgesloten in de slaapkamer en/of op zolder,
- verregaande controle uitgeoefend door camera’s te plaatsen in de slaapkamer en woonkamer en beelden op te nemen van [kind 3] , alarmen te plaatsen op de slaapkamerdeur en/of hem op te dragen voor allerlei handelingen toestemming te vragen (waaronder (maken van) eten, uitdoen van schoenen, naar wc gaan, uitoefenen van taken en/of om te gaan zitten) en/of
- kwetsende en/of denigrerende opmerkingen gemaakt, door te zeggen dat hij, [kind 3] , dom is (of woorden van gelijke strekking) en hem op te dragen zich dom te gedragen,
waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [kind 3] is benadeeld;
3
hij in de periode van 4 april 2018 tot en met 5 november 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) zijn kind, te weten [kind 2] (geboren [geboortedatum 3] 2004), opzettelijk heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader, met dat opzet, meermalen, (richting) die [kind 2]
- getuige doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broer(tje)),
- zorg onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van (avond)eten en/of toegang tot de wc en/of douche te ontzeggen,
- structureel straffen uitgedeeld, zoals voor straf uren (buiten) staan en/of rondjes lopen om het huis en/of om de [recreatiegebied] en/of strafregels opschrijven,
- hem opgesloten in de slaapkamer en/of op zolder,
- verregaande controle uitgeoefend door camera’s te plaatsen in de slaapkamer en woonkamer en beelden op te nemen van [kind 2] , en/of hem op te dragen voor allerlei handelingen toestemming te vragen (waaronder (maken van) eten, uitdoen van schoenen, naar wc gaan, uitoefenen van taken en/of om te gaan zitten) en/of
- kwetsende en/of denigrerende opmerkingen gemaakt, door te zeggen dat hij, [kind 2] , dom is (of woorden van gelijke strekking) en/of hem op te dragen zich dom te gedragen,
waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [kind 2] is benadeeld;
4
hij in de periode van 4 april 2018 tot en met 1 juni 2022 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, (telkens) zijn kind, te weten [kind 1] (geboren [geboortedatum 2] 2001), opzettelijk heeft mishandeld, immers hebben hij verdachte en zijn mededader, met dat opzet, meermalen, (richting) die [kind 1]
- getuige doen zijn van huiselijk geweld (gericht tegen zijn broertje(s)),
- structureel straffen uitgedeeld, zoals voor straf uren (buiten) staan en rondjes lopen om de [recreatiegebied] (ongeacht de weersomstandigheden) en strafregels opschrijven,
- hem opgesloten in de slaapkamer,
- zorg onthouden door het niet en/of onvoldoende aanbieden van (avond)eten,
- verregaande controle uitgeoefend door camera’s te plaatsen in de woning en beelden op te nemen van [kind 1] en/of hem op te dragen voor allerlei handelingen toestemming te vragen (waaronder (maken van) eten, uitdoen van schoenen, naar wc gaan, uitoefenen van taken en/of om te gaan zitten) en/of
- kwetsende en/of denigrerende opmerkingen gemaakt, door te zeggen dat hij, [kind 1] , dom is (of woorden van gelijke strekking) en/of hem op te dragen zich dom te gedragen,
waardoor de (lichamelijke en/of geestelijke) gezondheid van die [kind 1] is benadeeld
.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 174 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en hieraan de bijzondere voorwaarden te verbinden die door de reclassering zijn geadviseerd. De bijzondere voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. Ook vordert de officier van justitie dat aan de verdachte een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, wordt opgelegd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar een (grotendeels) voorwaardelijke straf op te leggen met, indien nodig, de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Dit alles gelet op het lage recidiverisico, de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte, de veranderde persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de afwezigheid van een gewelddadig patroon.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft samen met de medeverdachte gedurende een periode van meerdere jaren zijn kinderen stelselmatig fysiek en psychisch mishandeld. Deze feiten hebben niet op zichzelf gestaan, maar maakten deel uit van een patroon van lichamelijke en geestelijke mishandeling van drie kinderen van de verdachte. Hij heeft hen jarenlang fysiek mishandeld door hen te slaan; hij heeft hen mentaal mishandeld door hen te kleineren, te bestraffen en uit te schelden. De verdachten hebben door hun handelen een cultuur van angst en onveiligheid gecreëerd binnen het huis en het gezin. Een plek waar juist kinderen zich op hun gemak en veilig zouden moeten kunnen voelen. De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan, aangezien hij zich in de eerste plaats om het welzijn van zijn zoons had moeten bekommeren. In strafverlagende zin weegt de rechtbank mee dat de verdachte een aanzienlijk beperktere rol had in de fysieke en psychische mishandeling van de kinderen dan de medeverdachte.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor strafbare feiten.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia-rapportages van de psychiater dr. [naam 1] en van de psycholoog dr. [naam 2] (hierna: de deskundigen), opgemaakt op 25 juli 2025 respectievelijk 6 augustus 2025. De deskundigen concluderen dat bij de verdachte sprake is van een autismespectrumstoornis. Als gevolg van deze stoornis zal de verdachte minder goed in staat zijn geweest om de belangen en het handelen van andere mensen goed in te schatten. Met het deels aanwezig geachte verband tussen deze problematiek en de bewezen verklaarde feiten, adviseren de deskundigen de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De deskundigen concluderen tevens dat de verdachte, ondanks zijn problematiek, de wederrechtelijkheid van zijn handelen wel inzag en op verschillende momenten de gelegenheid heeft gehad zijn handelen aan te passen.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 10 september 2025, waaruit volgt dat sprake is van een laag ingeschat recidiverisico. De relatie met de medeverdachte is inmiddels beëindigd, de verdachte woont op zichzelf en heeft inmiddels weer goed contact met zijn kinderen die ook bij hem op bezoek komen. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en een contactverbod met de medeverdachte.
Toerekenbaarheid
Omdat de conclusies en adviezen van de deskundigen worden gedragen door hun bevindingen, legt de rechtbank die conclusies mede ten grondslag aan haar oordeel over de straftoemeting. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De rechtbank zal het bewezenverklaarde daarom in verminderde mate aan de verdachte toerekenen.
Straf
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 180 dagen passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 174 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank zal daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.
Het voorwaardelijk strafdeel heeft tot doel om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive laag te houden.
De rechtbank acht daarnaast een taakstraf van 120 uren passend en geboden.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Gelet op de omstandigheid dat de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij geen contact meer heeft met de medeverdachte en dat de kinderen niet langer bij de verdachte wonen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Voorlopige hechtenis
Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte gelijk is aan het voorarrest, zal de rechtbank de voorlopige hechtenis opheffen.

7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering
[kind 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een immateriële schadevergoeding van € 9.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voldoende is onderbouwd en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege een onevenredige belasting van het strafgeding. De verdediging verzoekt subsidiair dat de vordering wordt afgewezen en meer subsidiair dat de hoogte van het toegewezen bedrag sterk wordt gematigd, zonder de verdachte samen met de medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk te stellen en zonder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106 lid 1 onder Pro b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze vergoeding kan worden toegekend indien de benadeelde partij op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van de aantasting ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. De benadeelde partij heeft omschreven dat hij als gevolg van de fysieke en geestelijke mishandeling onder meer angst en gedragsproblemen ervaart. Dit wordt door de hulpverleners/begeleiders van [kind 3] onderschreven. Uit de bijlagen bij de vordering blijkt niet van gegevens die wijzen op geestelijk letsel. Toch is het niet uitgesloten dat ook, als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij meebrengen dat van aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. In zo’n geval dienen de aard en de ernst van de normschending mee te brengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan fysieke en geestelijke kindermishandeling gedurende vele jaren en heeft daarmee de lichamelijke integriteit van zijn kind geschonden en zijn geestelijke gezondheid benadeeld. Deze omstandigheden maken dat er sprake is van een normschending die naar aard en ernst evidente nadelige gevolgen meebrengt, waardoor een aantasting in de persoon door de rechtbank voor de benadeelde partij wordt aangenomen.
De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting vast dat [kind 3] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bewezen verklaarde feiten. Gelet op de ernst van de feiten en hetgeen dat namens de benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de geleden immateriële schade in elk geval een bedrag van € 6.400,00 beloopt. Bij de bepaling van dit bedrag heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de zogeheten Rotterdamse Schaal.
De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 1 augustus 2023, de datum waarop de schade is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
Aangezien de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn ze daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor de bewezen verklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover [kind 3] aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan hem is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 6.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [kind 3] .

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
medeplegen van mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 2:
medeplegen van mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3:
medeplegen van mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 4:
medeplegen van mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) DAGEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
174(
honderdvierenzeventig) DAGEN,
niet zal worden ten uitvoer gelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij
op drie jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- gedurende de proeftijd geen contact legt of laat leggen – direct of indirect – met [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 5] 1972 te [geboorteplaats 2] , zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht;
- zich gedurende de proeftijd binnen drie dagen meldt bij de (verslavings)reclassering in zijn woongemeente. De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- indien de reclassering dit noodzakelijk vindt, zijn medewerking verleent aan ambulante forensische behandeling, voor de duur van de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
geeft opdracht aan SVG Reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
veroordeelt de verdachte voorts tot:
een taakstraf voor de tijd van
120 (honderdtwintig) UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van
60 (zestig) DAGEN;
de voorlopige hechtenis;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;
de vordering van de benadeelde partij;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij J.S. van der Haar deels toe tot een bedrag van € 6.400,00 en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2023 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan J.S. van der Haar;
bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
de schadevergoedingsmaatregel;
legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 6.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 augustus 2023 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van J.S. van der Haar;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 57 (zevenenvijftig) dagen, waarbij de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. V.J. de Haan, voorzitter,
mr. F.M. Guljé, rechter,
mr. N. Hengeveld, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.W.I. Ostendorf en mr. A. Dorrani, griffiers,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 april 2026.