ECLI:NL:RBDHA:2026:10254
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na afwijzing asielaanvraag
Deze uitspraak betreft het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het niet eens met de afwijzing en heeft daarom een voorlopige voorziening gevraagd en tevens beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben ervoor gekozen niet te verschijnen. Na sluiting van het onderzoek heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.