Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10267

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
NL24.30537 en NL24.37751
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:72 lid 4 AwbArt. 29 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging asielbesluit wegens onvoldoende beoordeling risico’s seksuele misbruik door (pos-)FARC-leden

Eisers, een Colombiaanse vrouw en haar minderjarige kinderen, vroegen asiel aan vanwege seksueel misbruik door (pos-)FARC-leden en bedreiging. Verweerder stelde de identiteit en nationaliteit van eisers geloofwaardig, maar achtte de problemen met de (pos-)FARC-leden niet geloofwaardig en wees de aanvraag af.

De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat de problemen met de (pos-)FARC-leden ongeloofwaardig zijn. Het ambtsbericht Colombia toont aan dat verschillende dissidente groepen van de FARC actief zijn en betrokken zijn bij seksueel geweld, wat het relaas van eiseres ondersteunt. Verweerder moet dit opnieuw beoordelen.

Daarnaast faalde verweerder in de beoordeling van de bescherming die eisers bij terugkeer kunnen verwachten, wat ook strijdig is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, maar eisers krijgen proceskostenvergoeding.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding van in totaal €2.335,-.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.30537 (beroep tegen niet-tijdig beslissen)
NL24.37751 (beroep tegen bestreden besluit)
V-nummers: [v-nummer 1]
[v-nummer 2]
[v-nummer 3]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedag 1] 1988, eiseres
mede namens haar minderjarige kinderen
[persoon 1], geboren op [geboortedag 2] 2010,
[persoon 2], geboren op [geboortedag 3] 2021,
allen van Colombiaanse nationaliteit,
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. S.N. Ali)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Radema)

Inleiding

1. Op 7 maart 2024 hebben eisers verweerder in gebreke gesteld omdat verweerder niet tijdig een beslissing had genomen op hun asielaanvraag. Eisers hebben op 2 augustus 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvraag.
1.1.
Bij besluit van 6 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder alsnog op de asielaanvraag van eisers beslist en deze aanvraag afgewezen als ongegrond. Bij bericht van 18 september 2024 hebben eisers het beroep tegen het niet-tijdig beslissen gehandhaafd en de rechtbank verzocht hierop te beslissen.
1.2.
Eisers hebben op 27 september 2024 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, J.M. van Schaik als tolk in de Spaanse taal en de gemachtigde van verweerder.
1.4.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Beroep tegen niet-tijdig beslissen op aanvraag, NL24.30537
2. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat verweer niet tijdig op de aanvraag van eisers heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het bestreden besluit alsnog heeft beslist op de aanvraag van eisers. Hierdoor hebben eisers geen belang meer bij het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op hun aanvraag. Omdat het procesbelang is komen te vervallen, wordt het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op hun aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag wel terecht is ingesteld, zal verweerder wel de proceskosten van eisers moeten vergoeden.
Beroep tegen bestreden besluit, NL24.37751
3. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden eisers asielaanvraag heeft afgewezen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Eisers hebben het volgende aan hun asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiseres stelt niet terug te kunnen naar Colombia. Eiseres heeft verklaard dat zij op 15 mei 2021 seksueel is misbruikt door twee mannen die lid waren van de (pos-)FARC, als gevolg waarvan zij zwanger is geraakt en een dochter heeft gekregen. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij op
6 juli 2022 op straat is bedreigd door twee mannen, van wie er één zei dat haar dochter toebehoorde aan de (pos-)FARC. Eiseres heeft aangifte gedaan van zowel het misbruik als de bedreiging, maar daar werd niets mee gedaan. Daarom heeft eiseres besloten Colombia te verlaten op 13 september 2022.
Besluitvorming
5. Verweerder heeft de volgende relevante elementen onderscheiden:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met de (pos-)FARC-leden.
5.1.
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De problemen met de (pos-)FARC-leden acht verweerder niet geloofwaardig. Allereerst wordt eiseres gevolgd dat in haar verklaringen dat ze seksueel is misbruikt. Verweerder volgt echter niet dat de daders van dit incident leden van de (pos-)FARC zijn. Verder is het feit dat eisers uit Colombia komen op zichzelf niet genoeg om een vluchteling te zijn. [1] Ook is het feit dat ze uit Colombia komen op zichzelf niet genoeg om een risico op ernstige schade aan te nemen. [2] Tot slot heeft verweerder een terugkeerbesluit en inreisverbod voor de duur van twee jaar aan eisers opgelegd.
Heeft verweerder de problemen met de (pos-)FARC-leden ongeloofwaardig kunnen achten?
6. Eisers stellen zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte hun problemen met de (pos-)FARC-leden ongeloofwaardig heeft geacht. Eisers stellen dat verweerder er ten onrechte vanuit gaat de (pos-)FARC niet actief was in [plaats] , het dorp van eiseres. Eiseres heeft immers verklaard dat de (pos-)FARC-leden in haar dorp aanwezig waren en dat de twee mannen die haar seksueel misbruikt hebben zeiden dat ze van de FARC waren en een armband droegen van de FARC.
6.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij de problemen met de (pos-)FARC-leden terecht ongeloofwaardig heeft geacht. Uit het algemene ambtsbericht Colombia van maart 2022 blijkt immers dat er geen (pos)FARC-leden aanwezig waren in [plaats] ten tijde van het gestelde seksuele misbruik van eiseres.
6.2.
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit het ambtsbericht Colombia van maart 2022 [3] blijkt dat na het vredesakkoord van 2016 kleinere groeperingen zich hebben afgesplitst van de originele FARC in verschillende dissidenties. De meeste van deze dissidente groepen hebben geen duidelijke commandostructuur en opereren zonder zichtbaar leiderschap. Het zijn vaak criminelen met zware en lichte wapens die tot alles in staat zijn om hun drugshandel draaiende te houden. Omdat er zo veel dissidente kleinere groeperingen actief zijn in Colombia, werpt dat de vraag op hoeveel waarde je kunt hechten aan de cijfers waaruit zou blijken dat de (pos-)FARC niet actief is geweest in [plaats] . Uit deze cijfers blijkt immers niet of hier alle versplinterde dissidente groepen van de FARC bij zijn betrokken. De rechtbank volgt verweerder dan ook niet in het standpunt dat deze cijfers een voldoende concreet beeld geven om tot de conclusie te komen dat er geen (pos-)FARC-leden in de omgeving van [plaats] aanwezig waren ten tijde van het seksuele misbruik van eiseres. Van belang daarbij is ook dat de verkrachting van eiseres heeft plaatsgevonden op een boerderij op een half uur van [plaats] vandaan. [4] Verder blijkt uit het ambtsbericht Colombia van maart 2022 dat alle illegale gewapende groeperingen zich op de één of andere manier en in verschillende mate bezighouden met criminele activiteiten. De dissidente groepen van de FARC worden in verband gebracht met seksueel geweld en het ontvoeren van personen om deze voor hen te laten werken. [5] Dit komt overeen met het beeld uit de verklaringen van eiseres dat ze door twee (pos-)FARC-leden seksueel is misbruikt en dat ze met hen mee moest om voor hen te koken. [6] De verklaringen van eiseres over haar seksuele misbruik door (pos-)FARC-leden vinden dan ook steun in de beschikbare landeninformatie.
6.3.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat het seksuele geweld tegen eiseres niet door (pos-)FARC-leden is gepleegd. Verweerder dient dit in een nieuw besluit opnieuw te beoordelen.
Dreigt er bij terugkeer schending van artikel 3 EVRM Pro?
7. Uit het voorgaande volgt al dat ook de huidige 3 EVRM beoordeling geen stand kan houden. Eisers hebben in dat verband nog aangevoerd dat zij bij terugkeer naar Colombia onder bijzondere aandacht van de (pos-)FARC zouden komen te staan, waartegen de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden. In het kader van een finale geschilbeslechting zal de rechtbank zich hierover uitlaten.
7.1.
Uit het ambtsbericht Colombia van maart 2022 blijkt dat vrouwen aangifte kunnen doen van seksueel geweld, maar dat het vaak bij een aangifte blijft. Veel daders van seksueel geweld blijven onbestraft. [7] In gebieden waar illegale gewapende groeperingen opereren hebben de Colombiaanse autoriteiten weinig presentie waardoor het voor slachtoffers van seksueel geweld moeilijk is om aangifte te doen. Maar ook hoogopgeleide vrouwen in de grote steden hebben te maken met obstakels om aangifte te doen van seksueel geweld vanwege vooroordelen bij de politie. [8] Uit het ambtsbericht blijkt dat zelfs als vrouwen aangifte doen, de daders vaak onbestraft blijven. Daarbij volgt uit een document van het openbaar ministerie in Bogota van 14 november 2024 dat eiseres geen bescherming heeft gekregen naar aanleiding van haar aangifte van bedreiging door leden van de FARC op 2 augustus 2022, welk feit in verband stond met de verkrachting in 2021 en de dochter van eiseres die daarbij is verwekt. Gelet hierop zal verweerder, indien hij bij het nemen van een nieuw besluit tot het oordeel komt dat de problemen met de (pos-)FARC-leden wel geloofwaardig zijn, nader moeten onderzoeken en motiveren dat eisers bij terugkeer bescherming kunnen krijgen van de Colombiaanse autoriteiten.

Conclusie en gevolgen

8. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel [9] en het motiveringsbeginsel [10] . Dit betekent dat eisers gelijk krijgen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. [11] De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroep niet-tijdig met een wegingsfactor 0,5, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL24.30537,
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eisers.
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL24.37751,
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 6 september 2024;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van mr.
L. Kooring, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Conform artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Conform artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.
3.Zie p. 32-34.
4.Zie nader gehoor, p.6.
5.Zie p. 77 en 78 van het ambtsbericht.
6.Zie aanmeldgehoor, p. 13 en nader gehoor, p. 11
7.Zie p. 116 van het ambtsbericht.
8.Zie p. 117 van het ambtsbericht.
9.Conform artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
10.Conform artikel 7:12 van Pro de Awb.
11.Conform artikel 8:72, vierde lid, van de Awb.