ECLI:NL:RBDHA:2026:10273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing mvv-aanvraag voor verblijf als familie- of gezinslid gegrond verklaard
Eisers, ouders en broer van de referent, voerden beroep aan tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf als familie- of gezinslid. De minister had de aanvraag afgewezen omdat er volgens hem geen beschermenswaardig gezinsleven bestond tussen referent en eisers, mede omdat referent niet als jongvolwassene werd aangemerkt en zelfstandig in zijn onderhoud voorzag.
De rechtbank oordeelde dat de minister het standpunt dat referent niet noodgedwongen gescheiden was van eisers niet deugdelijk had gemotiveerd. Referent was noodgedwongen gevlucht en had een langdurige asielprocedure doorlopen, waarbij de minister tweemaal werd teruggefloten. Ook was onvoldoende onderbouwd dat referent vóór zijn komst naar Nederland zelfstandig in zijn onderhoud voorzag, aangezien hij als minderjarige werkte in Iran en het gezin illegaal verbleef.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.