Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 3 januari 2026 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever] en/of een derde toebehoorde(n) door die [aangever] (meermalen) te stompen/slaan in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of te trappen/schoppen;
hij op of omstreeks 3 januari 2026 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] (meermalen) te slaan/stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of te trappen/schoppen.
3.De bewijsbeslissing
hij op 3 januari 2026 te Rijswijk [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] te slaan
en testompen tegen het gezicht en tegen het hoofd.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straf
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (DERTIG) DAGEN;
door de rechtbank begroot op 12 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
18 (ACHTTIEN) DAGENniet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
2 (TWEE) jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;