ECLI:NL:RBDHA:2026:10353
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij Dublin-asielzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 april 2026 waarin de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag. De rechtbank beoordeelde het beroep buiten zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift geen gronden bevatte, terwijl dit volgens artikel 6:5 Awb Pro verplicht is. Eiser kreeg de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen alsnog gronden in te dienen, maar deed dit niet. Ook na verzoek om een verschoonbare reden te geven voor het niet indienen van gronden, bleef eiser in gebreke.
De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Tevens werd beoordeeld of bijzondere omstandigheden bestonden die overdracht aan Duitsland zouden verbieden op grond van artikel 3 EVRM Pro, maar die zijn niet gebleken. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.