Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10369

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2603315:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord bij problematische schulden

De verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €12.333,07 verdeeld over tien schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij aan schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen. Negen schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar DSW, met een vordering van €3.418,36 (27,72% van de totale schuld), weigerde.

De verzoeker vroeg de rechtbank om DSW te dwingen mee te werken aan het akkoord (dwangakkoord). De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling door een bevoegde instantie, de gemeente Den Haag, was uitgevoerd en dat het voorstel goed gedocumenteerd was. De rechtbank maakte een belangenafweging en oordeelde dat het onredelijk was dat DSW weigerde in te stemmen, omdat het voorstel het maximaal haalbare was gezien de financiële en medische situatie van de verzoeker.

De meerderheid van de schuldeisers steunde het voorstel, en toelating tot de WSNP zou geen beter resultaat opleveren en alleen extra kosten veroorzaken. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP af en legde zij het dwangakkoord op, waarbij DSW wordt verplicht mee te werken aan de schuldregeling.

Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op waarbij DSW wordt verplicht mee te werken aan de schuldregeling en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2603315:R-RK en NL:TZ:2603335:R-RK
vonnis van 23 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna: [verzoeker],
tegen
DSW Zorgverzekeraar,
gevestigd te Schiedam,
hierna: DSW.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij de vordering door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 12.333.07 aan tien schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de [gemeente] heeft hij voor het laatst op 15 oktober 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
1.2.
DSW is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan DSW van € 3.418,36. Dat is 27,72% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige negen schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank DSW dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.5.
De rechtbank heeft bepaald 23 maart 2026 uitspraak te doen.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker],
- [naam 1], begeleidster van de [zorginstelling 1],
- P. Kortekaas, [naam 3], [naam 4] en [naam 5],
schuldhulpverleners van de [gemeente].
2.2.
DSW is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. Zij heeft schriftelijk verweer gevoerd.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat DSW het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. De weigerende schuldeisers vertegenwoordigen een relatieve en absolute minderheid van de schuldeisers en schulden. Toelating tot de wsnp biedt geen gunstiger resultaat voor de schuldeisers.
3.2.
DSW stemt samengevat om de volgende redenen niet in met de aangeboden schuldregeling. Het dwangakkoord kan slechts worden toegewezen als de betreffende schuldeiser in redelijkheid niet tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen. Het uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat volledige betaling te verlangen. Gelet op het aanbod is het belang van DSW tot weigering een feit.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat DSW weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente
Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van DSW en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoeker] kampt met ernstige mentale problematiek. Hij is dakloos geweest. [verzoeker] verblijft sinds enige tijd bij de daklozenopvang van de [zorginstelling 1] en wordt vanuit deze stichting persoonlijk begeleid bij diverse praktische zaken. Verder is sprake van behandeling bij [zorginstelling 2]. Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is gebaseerd op de PW-uitkering die hij ontvangt. Er is geen sprake van afloscapaciteit. Uit het overgelegde medisch rapport van 28 augustus 2025 van [instantie] volgt dat sprake is gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en langdurige beperkingen, meneer kan niet meer dan 10 uur per week werken. Er is sprake van een afstand tot de arbeidsmarkt. Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken is aannemelijk geworden dat zelfs indien [verzoeker] in staat zal zijn een baan te vinden en parttime werkzaamheden te verrichten er geen sprake is van afloscapaciteit. De (financiële) situatie is stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 72,28% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van DSW.
4.8.
Ook in de WSNP is geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt DSW in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.