ECLI:NL:RBDHA:2026:1038

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
NL25.35395 en NL25.35696
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvragen van Georgische eisers met biseksuele gerichtheid

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 23 januari 2026, zijn de asielaanvragen van twee Georgische eisers, die beiden biseksueel zijn, afgewezen. De eisers, vertegenwoordigd door hun gemachtigden, hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van de minister van Asiel en Migratie, die hun aanvragen op 11 juli 2025 als ongegrond had afgewezen. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 14 januari 2026, waarbij zowel eisers als hun gemachtigden aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven, omdat de eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Georgië te vrezen hebben voor vervolging of ernstige schade vanwege hun biseksuele gerichtheid. De rechtbank heeft de verklaringen van de eisers over hun ervaringen in Georgië en de bedreigingen die zij hebben ontvangen, als niet geloofwaardig beoordeeld. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de asielaanvragen ongegrond zijn en dat er geen aanknopingspunten zijn voor vernietiging van de bestreden besluiten. De eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten en de rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.35695 en NL25.35696

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1], geboren op [datum 1], eiser

[naam 2], geboren op [datum 2], eiseres
beiden van Georgische nationaliteit,
V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 [1] . Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 11 juli 2025 deze aanvragen afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De minister heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De behandeling van de beroepen stond eerst gepland op 11 december 2025. De rechtbank heeft de behandeling van de beroepen op verzoek van de gemachtigde van eisers uitgesteld wegens persoonlijke omstandigheden van de gemachtigde. De rechtbank heeft de beroepen op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, een tolk en de gemachtigde van de minister.
2.3.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas van eiseres
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is biseksueel. Zij heeft begin 2022 een seksuele relatie gehad met [naam 3]. Toen zij bij [naam 3] sliep, zag zij de broer van [naam 3] ([naam 4]) ’s nachts drugs dealen. Een aantal dagen later betrapte [naam 4] eiseres terwijl zij intiem was met [naam 3]. [naam 4] mishandelde eiseres en stuurde haar weg. Een dag later belde hij eiseres en bedreigde hij haar. Eiseres dreigde terug dat zij aangifte tegen hem zou gaan doen. Eiseres heeft toen aangifte gedaan van zowel de mishandeling als het dealen van drugs. Eiseres is vervolgens naar eiser gegaan. Daar heeft [naam 4] haar, na 3 à 4 dagen, weer gebeld en bedreigd met de dood. [naam 4] was er namelijk achter gekomen dat eiseres aangifte had gedaan en dus ook wist van de drugs. [naam 4] werkt bij het ministerie van binnenlandse zaken en was zo aan die informatie gekomen. Een week of twee weken later hebben eiser en eiseres Georgië verlaten. Dat was in augustus 2022. Ruim een jaar later is zowel bij de moeder van eiseres als de moeder van eiser naar hen gevraagd. Eiseres verklaart verder dat zij nooit problemen heeft gehad vanwege haar biseksualiteit.
Het asielrelaas van eiser
3.1.
Toen eiser veertien à zestien was merkte hij dat hij gevoelens kreeg voor jongens en hij probeerde dat eerst te onderdrukken. Toen eiser die gevoelens bleef houden, ging hij online op onderzoek uit, maar vertelde hier niemand over. Ondertussen was eiser erg depressief en probeerde hij met vlagen het te onderdrukken totdat eiser toch weer gevoelens kreeg. Toen eiser achttien à negentien was ontmoette hij [naam 5] met wie hij een relatie kreeg. Eiser praatte veel met hem maar stopte hiermee toen na ongeveer anderhalf jaar deze relatie uitging. Eiser heeft toen af en toe afspraakjes gehad met mannen en vrouwen, maar geen langdurige relatie totdat hij eiseres ontmoette. In de tussentijd heeft eiser deelgenomen aan demonstraties voor lhbti-rechten en ging hij ook naar ontmoetingen van een kleine groep gelijken. Nu heeft eiser een relatie met eiseres. Eiseres kreeg problemen vanwege een relatie die zij had met [naam 3]. Eiseres en eiser zijn beiden bedreigd en hierom is eiser gevlucht. Bij terugkeer vreest eiser gedood te worden, omdat [naam 4] in drugs dealt en bij de autoriteiten werkt. Daarnaast stelt eiser dat hij zichzelf niet vrij kan uiten als biseksuele man. Ook was zijn gezondheid voor eiser een reden van zijn vertrek uit Georgië.
Het bestreden besluit van eiseres
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers zijn geloofwaardig;
2. De biseksualiteit en daaruit volgende problemen zijn deels geloofwaardig.
De minister gelooft het eerste asielmotief omdat eiseres haar identiteit en nationaliteit heeft aangetoond met documenten. Verder gelooft de minister dat eiseres biseksueel is, maar gelooft hij niet dat eiseres is betrapt door de broer van [naam 3] en dat zij naar aanleiding daarvan problemen heeft gehad. Ook volgt de minister niet dat eiseres aangifte van deze problemen heeft gedaan. Dat eiseres uit Georgië komt en biseksueel is, is niet genoeg om als vluchteling te worden aangemerkt of om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer naar Georgië om die reden een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag van eiseres terecht als is afgewezen als ongegrond. Aan eiser is in afwachting van een beslissing op de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 voorlopig uitstel van vertrek verleend voor de duur van maximaal zes maanden. Om die reden krijgt eiseres ook uitstel van vertrek.
Het bestreden besluit van eiser
4.1.
Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Eisers biseksualiteit;
3. Eisers deelname aan demonstraties en daaropvolgende problemen;
4. de bedreigingen van [naam 4] naar aanleiding van de problemen met [naam 3].
De minister gelooft het eerste, tweede en derde asielmotief. Het vierde asielmotief gelooft de minister niet. Volgens de minister heeft eiser het vierde asielmotief niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen en de verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. [2] Volgens de minister heeft eiseresop meerdere punten wisselend verklaard. Ook verschillen de verklaringen van eiser en eiseres op verschillende punten van elkaar. Dat eiser uit Georgië komt, is volgens de minister niet genoeg om als vluchteling te worden aangemerkt. Ook acht de minister niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege zijn biseksuele gerichtheid dan wel zijn deelname aan demonstraties in het verleden in Georgië. Hierbij heef de minister in aanmerking genomen dat eiser Georgië legaal heeft verlaten en dus niet aannemelijk is dat hij vanwege zijn deelname aan demonstraties in Georgië in de negatieve belangstelling staat. De minister stelt zich op het standpunt dat de aanvraag van eiser terecht is afgewezen als ongegrond. Wel is aan eiser uitstel van vertrek verleend om medische redenen. Dit uitstel geldt totdat op de ambtshalve beoordeling is beslist en is voor maximaal zes maanden.
Goede procesorde
5. De gemachtigde van eisers heeft op 5 januari 2026 een verklaring overgelegd van Kaukasus Medisch, gedateerd 5 november 2025, voorzien van een vertaling, maar zonder nadere toelichting. Vervolgens heeft de gemachtigde van eisers op 13 januari 2025 nogmaals deze verklaring ingediend samen met verschillende foto’s waarop een man zichtbaar is in een ziekenhuisbed en waarop te zien is dat deze man verschillende verwondingen heeft. Ook heeft de gemachtigde van eisers op die dag een artikel van het NOS-nieuws van 18 september 2024 overgelegd waarin wordt ingegaan op de nieuwe anti-lhbti-wetgeving in Georgië. In aanvullende gronden van eveneens 13 januari 2026 heeft de gemachtigde van eisers nogmaals gewezen op de situatie voor lhbt’ers in Georgië, heeft zij verwezen naar informatie van het Belgische Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen met bijbehorende internetlink en is ten aanzien van de tegenstrijdigheden die eisers worden tegengeworpen gesteld dat sprake is van een welles-nietes-discussie. De gemachtigde heeft in de aanvullende gronden geen toelichting gegeven op de verklaring van Kaukasus Medisch Centrum BV en de overgelegde foto’s.
5.1.
Desgevraagd heeft de gemachtigde van de minister het standpunt ingenomen dat de foto’s, de verklaring van Kaukasus Medisch Centrum BV en de gronden van 13 januari 2025 buiten beschouwing moeten worden gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Volgens de gemachtigde van de minister zijn deze stukken dermate laat overgelegd en niet voorzien van een onderbouwing dat een toelichting hierop ter zitting ervoor zorgt dat een zorgvuldige reactie van de zijde van de minister daarop niet goed mogelijk is.
5.2.
De rechtbank heeft ter zitting bepaald dat de overgelegde foto’s en de verklaring van het Kaukasus Medische Centrum, mede gelet op de datering van dat document en het ontbreken van een toelichting, wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing zullen worden gelaten. De informatie die ziet op situatie voor de lhbti-gemeenschap in Georgië betrekt de rechtbank in haar oordeel.
Heeft de minister de verklaringen van eisers met betrekking tot de drugs in het appartement van [naam 3] ten onrechte tegenstrijdig geacht?
6. Eisers bestrijden dat de verklaringen die zij gaven over de drugs in het appartement van [naam 3] tegenstrijdig zijn. In het bestreden besluit is gesteld dat het verwijtbaar is dat pas in de zienswijze een toelichting op deze verklaringen is gegeven. Volgens eisers is dit logisch, omdat pas bij het voornemen duidelijk werd dat de minister de verklaringen van eisers op dit punt wisselend vond. Omdat eisers hierin zelf geen discrepanties hebben ervaren, was er volgens hen geen reden om hier eerder een verklaring over te geven ter opheldering.
6.1.
De minister heeft het standpunt ingenomen dat terecht aan eisers is tegengeworpen dat zij tegenstrijdig hebben verklaard over de drugs in het appartement van [naam 3]. Verder heeft de gemachtigde erop gewezen dat aan eisers meer tegenstrijdigheden zijn tegengeworpen en dat eisers die niet hebben betwist.
7. De rechtbank stelt vast dat eisers in de gronden van beroep alleen zijn opgekomen tegen het feit dat de minister eiseres heeft tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de drugs in het appartement van [naam 3]. De rechtbank stelt vast dat eiseres enerzijds heeft verklaard over één rond wit voorwerp verpakt in een zak en dat zij anderzijds heeft verklaard dat het zou gaan om meerdere witte zakjes. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit terecht als wisselend heeft aangemerkt en dat de minister van eiseres mag verwachten dat zij hier eenduidig over kan verklaren. Naast deze wisselende verklaringen heeft de minister eisers tegengeworpen dat eiseres wisselend heeft verklaard over het telefoongesprek met [naam 4] en dat eisers ook onderling hierover wisselend hebben verklaard. Ook heeft eiseres tegenstrijdig verklaard over het moment waarop zij voor het eerst met [naam 4] heeft gesproken over zijn drugsgeschiedenis en hebben eisers onderling wisselend verklaard over de gebeurtenissen na het gesprek met [naam 4]. In beroep hebben eisers deze tegenwerpingen niet gemotiveerd betwist. De stelling in beroep en ter zitting dat sprake is van een welles-nietes-discussie en dat hier in de zienswijze ook al op is gereageerd, kan niet worden gezien als een afdoende gemotiveerde betwisting van die tegenwerpingen. In dit verband acht de rechtbank van belang dat de minister in het bestreden besluit van eiseres gemotiveerd is ingegaan op de stellingen van eisers zoals namens hen in de zienswijze naar voren zijn gebracht. Omdat eisers niet nader hebben gemotiveerd waarom die reactie in het bestreden besluit tekortschiet, volstaat een verwijzing naar wat op deze punten in de zienswijze is aangevoerd niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde problemen met [naam 4] ongeloofwaardig zijn.
Nu eiser geen beroepsgronden heeft ingediend tegen het oordeel van de minister ten aanzien van zijn 3e asielmotief, hoeft dat asielmotief niet verder te worden besproken.
Hebben eisers bij terugkeer naar Georgië te vrezen voor vervolging of ernstige schade vanwege hun biseksuele gerichtheid?
8. Eisers stellen -mede vanwege anti-lhbti-wetgeving- dat de situatie voor lhbt’ers in Georgië ernstig aan het verslechteren is en dat zij bij terugkeer te vrezen hebben voor vervolging dan wel ernstige schade.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eisers niet aannemelijk hebben weten te maken dat zij vanwege hun biseksuele gerichtheid bij terugkeer te vrezen hebben voor vervolging dan wel een reëel risico lopen op ernstige schade. In dit verband heeft de minister terecht overwogen dat een andere gerichtheid dan de heteroseksuele gerichtheid in Georgië niet verboden is of dat de Georgische autoriteiten lhbti-ers vervolgen. Verder heeft de minister erop kunnen wijzen dat eisers zich presenteren als een heteroseksueel stel in een open relatie, waarin zij af en toe ook seksuele relaties aangaan met anderen van hetzelfde geslacht. In Georgië is dit niet verboden en eisers hebben in Georgië hier ook geen problemen door ondervonden. Niet valt in te zien waarom zij daar in de toekomst wel problemen mee zouden krijgen bij terugkeer. De verwijzing naar anti-lhbti-wetgeving leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Met die nieuwe wetgeving worden pride-evenementen, regenboogvlaggen op straat en andere openbare uitingen, zoals films en boeken verboden. Deze wetgeving betekent voor eisers echter niet dat zij bij terugkeer belemmert worden de manier zoals zij thans uiting geven aan hun biseksuele gerichtheid. Ook de verwijzing naar de informatie van het Belgische Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen van 19 september 2025, kan eisers niet baten. Uit deze informatie volgt weliswaar dat lhbti+-personen hindernissen ondervinden in het onderwijs, op het gebied van werk en toegang tot de gezondheidszorg, echter dit betekent nog niet dat eisers als biseksueel bij terugkeer te vrezen hebben voor vervolging of ernstige schade. De minister stelt terecht dat eisers die vrees niet aannemelijk hebben gemaakt.
9. De rechtbank ziet voorts ambtshalve geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de asielaanvragen van eisers ten onrechte zijn afgewezen als ongegrond.

Conclusie en gevolgen

10. De beroepsgronden van eisers slagen niet. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanknopingspunten om de bestreden besluiten te vernietigen. De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen als ongegrond. Het beroepen zijn daarom ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw 2000.