Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10392

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
C/09/23/50 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging looptijd schuldsaneringsregeling wegens persoonlijke omstandigheden en herstelkansen

Betrokkene is op 18 april 2023 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van de regeling is op 18 april 2026 verstreken, waarna de rechtbank moest beoordelen of betrokkene aan de verplichtingen had voldaan om de schone lei te kunnen verlenen.

De bewindvoerder rapporteerde dat de informatie- en afdrachtverplichtingen niet volledig waren nagekomen, met een achterstand van €1.787,16. Op de eindzitting van 20 april 2026 verschenen betrokkene en de bewindvoerder. De rechtbank constateerde dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn, maar achtte deze niet van dien aard dat de regeling zonder schone lei beëindigd moest worden.

De tekortkomingen waren mede het gevolg van onvoorziene persoonlijke omstandigheden en het wegvallen van een schuldhulpmaatje. De situatie is gestabiliseerd, betrokkene heeft toegezegd ontbrekende stukken aan te leveren en voldoet weer aan de afdrachtverplichting conform het vrij te laten bedrag.

De rechtbank verlengt daarom de looptijd van de WSNP met vijf maanden, ingaand op 5 mei 2026, met opschorting van de reguliere afdrachtverplichting behalve de vergoeding aan de bewindvoerder. Betrokkene krijgt zo de kans om de achterstand weg te werken en alsnog de schone lei te verkrijgen. De verlenging eindigt uiterlijk op 5 oktober 2026 of eerder bij volledige voldoening van de achterstand.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de looptijd van de WSNP-regeling met vijf maanden vanwege tekortkomingen door persoonlijke omstandigheden, met uitzicht op herstel en het alsnog verlenen van de schone lei.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: C/09/23/50 R
vonnis van 24 april 2026(bij vervroeging)
in de schuldsaneringsregeling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum]1970 te [geboorteplaats 1],
wonende te [adres], [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[betrokkene] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank boordeelt nu of [betrokkene] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan [betrokkene] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [betrokkene] kunnen verhalen. Wanneer [betrokkene] niet (voldoende) aan de verplichtingen heeft voldaan is het mogelijk de looptijd van de WSNP te verlengen. Daardoor krijgt [betrokkene] de kans alsnog aan de verplichtingen te voldoen, zodat de rechtbank na verloop van de verlengde looptijd kan beoordelen of alsnog een schone lei kan worden verleend.
De rechtbank zal de looptijd van de regeling van [betrokkene] verlengen en legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.Verloop van de procedure

1.1.
[betrokkene] is op 18 april 2023 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is, voor het laatst, mr. drs. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris benoemd. N. Pavljasevic te Barendrecht is tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De looptijd is op 18 april 2026 verstreken.
1.3.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de regeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting en de afdrachtverplichting niet (volledig) zijn nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder de rechtbank [betrokkene] (nog) geen schone lei te verlenen.
1.4.
De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 13 april 2026 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat de informatieverplichting en de afdrachtverplichting nog steeds niet (voldoende) zijn nagekomen.
1.5.
De eindzitting heeft op 20 april 2026 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen:
- [betrokkene],
- de bewindvoerder.
1.6.
De uitspraak is bepaald op 30 april 2026 met mededeling dat zo mogelijk bij vervroeging uitspraak zal worden gedaan.

2.De beoordeling

2.1.
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor [betrokkene] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan haar de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat [betrokkene] daarin niet toerekenbaar is tekortgeschoten.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat [betrokkene] de informatieverplichting (nog) steeds onvoldoende is nagekomen omdat de loonstrook van maart 2026 en het overzicht van de bankmutaties vanaf 4 maart 2026 van de betaal- en spaarrekeningen ontbreken. Ook stelt de rechtbank vast dat [betrokkene] de afdrachtverplichting onvoldoende is nagekomen omdat berekend tot en met maart 2026 sprake is van een (geschatte) achterstand van € 1.787,16. De rechtbank is van oordeel dat in beginsel sprake is van tekortkomingen die [betrokkene] zijn toe te rekenen en die een beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder ‘schone lei’ rechtvaardigen.
2.3.
De rechtbank acht gestelde tekortkomingen echter niet van dien aard dat deze nu zouden moeten leiden tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder ‘schone lei’. Op de zitting is tenslotte gebleken dat de tekortkomingen (mede) het gevolg zijn geweest van onvoorziene persoonlijke omstandigheden en het wegvallen van een ‘schuldhulpmaatje’. Inmiddels heeft de situatie zich gestabiliseerd, heeft [betrokkene] op de zitting te kennen gegeven de ontbrekende stukken op korte termijn aan te leveren en wordt door [betrokkene] weer conform het vrij te laten bedrag aan de boedel afgedragen. De boedelachterstand die is berekend op € 1.787,16 kan door [betrokkene] op basis van haar huidige inkomsten en afloscapaciteit binnen vier à vijf maanden aan de boedel worden voldaan. De bewindvoerder heeft daarom geadviseerd de looptijd van de schuldsaneringsregeling met vijf maanden te verlengen. [betrokkene] heeft op de zitting ingestemd met een dergelijke verlenging.
2.4.
Op grond van het voorgaande zal de rechtbank [betrokkene] de kans geven haar schuldsaneringsregeling alsnog met goed gevolg te doorlopen en daartoe de termijn van de schuldsaneringsregeling met vijf maanden verlengen of zoveel korter wanneer de boedelachterstand is voldaan. Gedurende de verlenging van de regeling is [betrokkene] gehouden het salaris van de bewindvoerder te blijven afdragen. Voor het overige kan zij haar financiële ruimte maximaal aanwenden om het tekort weg te werken. De reguliere afdrachtverplichting zal niet langer gelden. Wanneer [betrokkene] tijdens de verlengde schuldsaneringsregeling alsnog voldoet aan de verplichtingen kan na verloop van die periode alsnog een schone lei worden verleend. Of dat zo is zal aan het einde van de verlenging worden beoordeeld.
2.5.
De verlenging gaat in zodra de hoger beroepstermijn van dit vonnis is verstreken. Dat is, als geen hoger beroep wordt ingesteld, op 5 mei 2026.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de schuldsaneringsregeling met vijf maanden;
- geeft te kennen dat die verlenging ingaat op 5 mei 2026 en daarom zal lopen tot 5 oktober 2026 of tot zoveel eerder dat de boedelachterstand is voldaan;
- bepaalt dat tijdens de voorzetting de reguliere afdrachtverplichting wordt opgeschort, zodat maandelijks niet meer aan de boedel behoeft te worden afgedragen dan de vergoeding van de bewindvoerder.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is bij vervroeging uitgesproken op 24 april 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.