Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:10396

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
NL26.20016
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 17 DublinverordeningArt. 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublinprocedure tegen niet-behandeling asielaanvraag

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, zoals toegestaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL26.20015) waarin het beroep inhoudelijk is behandeld. Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20016

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.20015, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B. Biyikli, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.