Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, zoals toegestaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (zaaknummer NL26.20015) waarin het beroep inhoudelijk is behandeld. Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.