Uitspraak
[eiser], [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
26 april 2024 een aanvraag ingediend voor het doel ‘arbeid als zelfstandige’.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Britse nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijsstukken overlegde om het wezenlijk Nederlands belang aan te tonen, een vereiste voor toekenning van de vergunning.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn aanvraag ten onrechte niet was voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en dat hij niet gehoord was om zijn stukken toe te lichten. Tevens stelde hij dat hij familie- en gezinsbanden in Nederland heeft en dat het terugkeerbevel onvoldoende gemotiveerd was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende stukken had overgelegd om het wezenlijk Nederlands belang te onderbouwen en dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde.
De rechtbank stelde dat het recht op familie- en gezinsleven niet was geschonden omdat eiser zijn stellingen niet met bewijs ondersteunde. Ook was het terugkeerbevel proportioneel en gemotiveerd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de bodemzaak was beslist. De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.