ECLI:NL:RBDHA:2026:10456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering na scooterongeluk wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser werkte als boodschappenbezorger en raakte betrokken bij een scooterongeluk waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Na beëindiging van zijn dienstverband en een ziekmelding per 13 februari 2024 weigerde het UWV een nieuwe ZW-uitkering toe te kennen. Eiser stelde dat hij door fysieke en psychische klachten arbeidsongeschikt was en dat het besluit van het UWV onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank beoordeelde het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig en vond de rapporten van de verzekeringsartsen overtuigend. De artsen concludeerden dat eiser per 13 februari 2024 geschikt was voor zijn eigen werk, ondanks de scooterongelukken en klachten. De medische stukken die eiser overlegde gaven geen aanleiding tot herziening van dit oordeel.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het besluit handhaafde en dat eiser geen recht had op een ZW-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.