ECLI:NL:RBDHA:2026:10463
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister had het besluit genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting en onderzocht of het beroep ontvankelijk was. Uit het dossier bleek dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de gemachtigde verzocht te reageren, maar ontving geen nadere informatie.
Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt in beginsel geen belang meer heeft bij de procedure. Omdat eiser geen contact meer had en geen blijk gaf van voortzetting van de procedure, oordeelde de rechtbank dat hij geen procesbelang meer had.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D. Biever.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.