ECLI:NL:RBDHA:2026:10465
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 behandeld, waarbij eiser zich via zijn gemachtigde afmeldde. De minister baseerde het besluit op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat Kroatië het verzoek tot terugname van de asielaanvraag heeft aanvaard.
Eiser voerde aan dat Kroatië tekortschiet in de opvang en behandeling van asielzoekers, onder meer op basis van het AIDA-rapport 2024 en eigen ervaringen, waaronder een incident waarbij op hem werd geschoten bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete en structurele aanwijzingen heeft geleverd die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro aannemelijk maken.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie die een hoge drempel stellen voor het aannemen van een schending. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.